Strafrecht overig
art. 530 Sv - reiskosten gewezen verdachte - De wet voorziet niet in een vergoeding van kosten gemaakt om bij…
ECLI:NL:GHAMS:2025:2459 · Gerechtshof Amsterdam · 26 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2025-2459
Zaakgegevens
Op 26 mei 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 mei 2025
- Datum publicatie
- 19 september 2025
- Zaaknummer
- 000036-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2459
Samenvatting
art. 530 Sv - reiskosten gewezen verdachte - De wet voorziet niet in een vergoeding van kosten gemaakt om bij vrijlating na aanhouding en ophouding weer naar de plek van aanhouding dan wel elders te reizen.
Uitspraak
Inhoudsopgave
beschikking
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000036-25 (530 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-000134-23
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. C.J. Berghout,
Raamweg 1, 2596 HL Den Haag.
1 Procesverloop
Het verzoekschrift is op 14 januari 2025 ingekomen.
Op 7 februari 2025 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 23 april 2025 de advocaat-generaal, verzoeker en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.
2. Inhoud van het verzoek
Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
-
reiskosten gemaakt door verzoeker ten behoeve van het bijwonen van de behandeling van de strafzaak ten bedrage van € 68,40;
-
reiskosten gemaakt door verzoeker om na zijn aanhouding en vrijlating weer bij zijn auto te komen ten bedrage van € 15,00;
-
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 4.995,63;
-
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.
3 Beoordeling van het verzoek
Bij arrest van dit hof van 26 november 2024 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van reiskosten gemaakt ten behoeve van het bijwonen van de behandeling van de strafzaak tot een bedrag van € 68,40.
De wet voorziet niet in een vergoeding van kosten gemaakt om bij vrijlating na aanhouding en ophouding weer naar de plek van aanhouding dan wel elders te reizen, zodat de kosten verzocht onder b moeten worden afgewezen.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak tot een bedrag van € 4.995,63.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 680,00.
4 Beslissing
Het hof :
Kent op de voet van artikel 530 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 5.744,03 (vijfduizend zevenhonderdvierenveertig euro en drie cent).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, J.L. Bruinsma en A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is vervroegd uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 26 mei 2025.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 5.744,03 (vijfduizend zevenhonderdvierenveertig euro en drie cent) op bankrekeningnummer [iban] t.n.v. Stichting Beheer Derdengelden Berghout advocaten o.v.v. [nummer] / [verzoeker] .
Amsterdam, 26 mei 2025,
mr. A.M.P. Geelhoed, voorzitter.