Strafrecht overig

Gerechtshof Amsterdam · Raadkamer · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 21 oktober 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
21 oktober 2025
Datum publicatie
19 november 2025
Zaaknummer
23-001377-25
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:3116
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

416 lid 2

Uitspraak

Inhoudsopgave

proces-verbaal terechtzitting

[afbeelding niet beschikbaar]

GERECHTSHOF AMSTERDAM

datum arrest 21 oktober 2025

parketnummer 23-001377-25

datum vonnis eerste aanleg 15 mei 2025

parketnummers 15-138274-23, 09-140285-24 en 15-181470-24 (gevoegd)

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, enkelvoudige kamer, op 21 oktober 2025.

Tegenwoordig:

mr. N.A. Schimmel raadsheer,

en S. Ousrout griffier.

Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. M.R. Witteveen, advocaat-generaal.

De raadsheer doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, gedagvaard als:

[verdachte]

geboren [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats]

[adres]

,

is niet verschenen.

De raadsheer deelt mede dat de dagvaarding op rechtsgeldige wijze is betekend.

De raadsheer verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.

De raadsheer merkt op dat in deze zaak geen schriftuur houdende grieven is ingediend.

De advocaat-generaal voert het woord en vordert dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep. De advocaat-generaal legt de vordering aan het gerechtshof over.

De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen.

De raadsheer spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting.

AANTEKENING VAN HET MONDELING ARREST

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting had mr. N.A. Schimmel in tegenwoordigheid van S. Ousrout, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 oktober 2025.