Strafrecht overig

art 530 sv - gronden van billijkheid - aan verzoeker te wijten dat de verdenking op hem kwam te rusten

Gerechtshof Amsterdam, 4 februari 2025

Zaakgegevens

Op 4 februari 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
4 februari 2025
Datum publicatie
12 februari 2025
Zaaknummer
000852-24
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:369
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

art 530 sv - gronden van billijkheid - aan verzoeker te wijten dat de verdenking op hem kwam te rusten

Uitspraak

beschikking

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling strafrecht

rekestnummer(s): 000852-24 (530 Sv)

parketnummer in eerste aanleg: 15-155713-22

Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 2 september 2024 op het verzoekschrift op de voet van de artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. J. de Vries,

Falckstraat 15-29, 1017 VV Amsterdam.

1 Procesverloop

Het hoger beroep is op 2 september 2024 ingesteld door verzoeker (hierna: appellant).

Op 4 december 2024 is het standpunt van de advocaat-generaal kenbaar gemaakt.

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 14 januari 2025 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet in raadkamer verschenen.

2 Inhoud van het verzoek

Het verzoek - zoals aangevuld in raadkamer in hoger beroep met het verzoek onder c - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:

  1. kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 4.207,78;

  2. kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00;

  3. kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.

3 Beoordeling

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.

Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

De rechtbank heeft de verzoeken afgewezen.

Namens appellant is aangevoerd dat de motivering van de rechtbank gekunsteld is. Het verzoek kan worden toegewezen nu appellant is vrijgesproken.

Appellant heeft het dansfestival Awakenings bezocht. Tijdens een controle is in de tas van appellant een grote hoeveelheid geld aangetroffen en bij de daarop volgende fouillering is door een beveiliger “iets hards” in zijn kruis gevoeld. Door een collega beveiliger is waargenomen dat appellant vervolgens in zijn broek in zijn kruis graaide en meerdere spullen op de grond gooide, waaronder een flesje met een doorzichtige vloeistof en twee ponypacks. Onder deze omstandigheden en gelet op deze gedragingen, acht het hof het aan appellant te wijten dat de verdenking op hem kwam te rusten. Het hof acht derhalve geen gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van het onder a verzochte.

ad b

Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.

Ad c

Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.

4 Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Kent op de voet van artikel 530 Sv aan appellant een vergoeding toe van € 1.020,00 (duizend twintig euro).

Wijst het meer of anders verzochte af.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, A.W.T. Klappe en N.C. Laatsch, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de oudste raadsheer en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 4 februari 2025.

De oudste raadsheer beveelt:

de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 1.020,00 (duizend twintig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. derdenrekening Meijering Van Kleef Ficq & Van der Werf Advocaten o.v.v. [ovv].

Amsterdam, 4 februari 2025,

mr. A.W.T. Klappe, oudste raadsheer.