Strafrecht overig

Verzoek ex artikel 591a Sv - tijdverzuim - Artikel 591a lid 2 Sv biedt de mogelijkheid schade die is geleden…

Gerechtshof Amsterdam, 23 maart 2018

Zaakgegevens

Op 23 maart 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
23 maart 2018
Datum publicatie
11 april 2018
Zaaknummer
001621-17
Procedure
Rekestprocedure
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2018:1192
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek ex artikel 591a Sv - tijdverzuim - Artikel 591a lid 2 Sv biedt de mogelijkheid schade die is geleden ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling ter terechtzitting vergoed te krijgen. Het verhoor als verdachte bij de FIOD valt hier niet onder zodat het verzoek in zoverre moet worden afgewezen. Met het enkele horen als verdachte is de vervolging immers nog niet aangevangen.

Uitspraak

beschikking

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling strafrecht

rekestnummer: 001621-17 (591a Sv)

parketnummer in hoger beroep: 23-004386-14

Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1951,

domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,

mr. A.M.J. Comans, [adres].

1 Inhoud van het verzoekschrift

Het verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van:

  1. kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 20.869,41;

  2. schade ten gevolge van tijdverzuim ten bedrage van € 5.600,00;

  3. kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 550,00.

2 Procesverloop

Het verzoekschrift is op 28 november 2017 ingekomen.

Op 18 januari 2018 heeft de advocaat-generaal schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 9 maart 2018 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet verschenen.

3 Beoordeling van het verzoekschrift

Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.

De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en onder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr), gelet op het arrest van de Hoge Raad van 3 oktober 2017.

Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van de onder 1 en 3 verzochte vergoeding.

Ten aanzien van het onder 2 verzochte geldt dat artikel 591a lid 2 Sv de mogelijkheid biedt schade die is geleden ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling ter terechtzitting vergoed te krijgen. Het verhoor als verdachte bij de FIOD valt hier niet onder zodat het verzoek in zoverre moet worden afgewezen. Met het enkele horen als verdachte is de vervolging immers nog niet aangevangen.

4 Beslissing

Het hof :

Kent op de voet van artikel 591a Sv uit ’s Rijks kas aan verzoeker een vergoeding toe van € 21.419,41 (eenentwintigduizend vierhonderdnegentien euro en 41 cent).

Wijst het anders of meer verzochte af.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, P.C. Römer en A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 23 maart 2018.

De voorzitter beveelt:

de tenuitvoerlegging van deze beschikking

de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 21.419,41 (eenentwintigduizend vierhonderdnegentien euro en 41 cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer]

t.n.v. [naam].

Amsterdam, 23 maart 2018,

Mr. R.D. van Heffen, voorzitter.