Belastingrecht
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 juli 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:4635 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/belastingrecht/proceskostenveroordeling/ecli-nl-gharl-2026-4635
Zaakgegevens
Op 14 juli 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Datum publicatie
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 24/299
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- ProceskostenveroordelingProceskostenveroordelingDe partij die de zaak verliest, moet (een deel van) de proceskosten van de andere partij betalen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:4635
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 24/299
uitspraakdatum: 14 juli 2026
Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het verzoek van
[belanghebbende] te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende)
om
de inspecteur van de Belastingdienst/Centrale Administratieve Processen (hierna: de Inspecteur)
te veroordelen in de proceskosten van belanghebbende naar aanleiding van de intrekking van het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 6 oktober 2023, nummer AWB 22/5894.
1 Ontstaan en loop van het geding
De Inspecteur heeft hoger beroep ingesteld tegen de hiervoor vermelde uitspraak van de Rechtbank.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 6 maart 2026 heeft de Inspecteur het hoger beroep ingetrokken. Het Hof heeft belanghebbende hiervan op de hoogte gebracht.
Belanghebbende heeft het Hof verzocht de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten in verband met het hoger beroep van de Inspecteur.
2 Beoordeling van het verzoek
Ingevolge artikel 8:118, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht kan de Inspecteur in geval van intrekking van het door hem ingestelde hoger beroep op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak in de kosten worden veroordeeld.
Partijen zijn op 16 april 2026 mondeling in Arnhem een proceskostenvergoeding van € 233,50 overeengekomen. Het Hof zal dienovereenkomstig beslissen.
3 Beslissing
Het Hof veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 233,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.F.C. Spek, voorzitter, mr. A.J.H. van Suilen en mr. R.R. van der Heide, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Postema als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.
De griffier, De voorzitter,
(E.D. Postema) (R.F.C. Spek)
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.