Belastingrecht

Informatiebeschikking. Hersteluitspraak Hof Arnhem-Leeuwarden 8 november 2016, nr. 15/01574 t/m 15/01585.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 november 2016

Zaakgegevens

Op 22 november 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
22 november 2016
Datum publicatie
30 november 2016
Zaaknummer
15-1574 t/m 15-1585
Procedure
Verwijzing na Hoge Raad
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2016:9586
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Informatiebeschikking. Hersteluitspraak Hof Arnhem-Leeuwarden 8 november 2016, nr. 15/01574 t/m 15/01585.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 8 november 2016

    ECLI:NL:GHARL:2016:8881
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 november 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:GHARL:2016:9586

  3. Hoge Raad · 14 juli 2017

    ECLI:NL:HR:2017:1330

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

Afdeling belastingrecht

Locatie Arnhem

nummers 15/01574 t/m 15/01585

uitspraakdatum: 22 november 2016

nummer /

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

gedaan ter verbetering van de uitspraak van het Hof van 8 november 2016, gedaan op het hoger beroep van

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Eindhoven (hierna: de Inspecteur)

tegen de uitspraak van rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 maart 2014, nummers AWB 13/1723 t/m 13/1734, in het geding tussen de Inspecteur en

[X] NV (hierna: belanghebbende)

1 Overwegingen

1.1.

Het Hof heeft in deze zaken op 8 november 2016 uitspraak gedaan (hierna: de uitspraak).

1.2.

De Inspecteur heeft erop gewezen dat in de uitspraak aan belanghebbende geen termijn is gesteld voor het voldoen aan de in de beschikkingen bedoelde verplichtingen.

1.3.

In artikel 27e, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, is bepaald dat als een rechter het beroep tegen een informatiebeschikking ongegrond verklaart, hij een nieuwe termijn stelt voor het voldoen aan de in die beschikking bedoelde verplichtingen, in situaties waarin daar nog gevolg aan kan worden gegeven, tenzij sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.

2 Beslissing

Het Hof voegt aan het dictum van de uitspraak toe:

– stelt belanghebbende een termijn van vier weken, gerekend vanaf de dag nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden, voor het voldoen aan de in de beschikkingen bedoelde verplichtingen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.A. van Huijgevoort, voorzitter, mr. R.A.V. Boxem en mr. A.I. van Amsterdam, in tegenwoordigheid van mr. A. Vellema als griffier.

De beslissing is op 22 november 2016 in het openbaar uitgesproken.

De griffier, De voorzitter,

A. Vellema

B.F.A. van Huijgevoort

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 22 november 2016