Belastingrecht

Uitspraak op verzet. Niet betaald griffierecht.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 juni 2021

Zaakgegevens

Op 22 juni 2021 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
22 juni 2021
Datum publicatie
21 juni 2021
Zaaknummer
21/00118
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:6074
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitspraak op verzet. Niet betaald griffierecht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

Locatie Arnhem

nummer 21/00118

uitspraakdatum: 22 juni 2021

Uitspraak van de derde enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 december 2020, nummer LEE 19/3678, in het geding tussen belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Arnhem

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

Het hogerberoepschrift is op 19 januari 2021 ontvangen ter griffie van het Hof.

1.2

Bij aangetekend schrijven van 7 mei 2021, gericht aan het bij het Hof bekende adres van belanghebbende, heeft de griffier belanghebbende herinnerd aan de verschuldigdheid van het griffierecht. In het schrijven is meegedeeld dat als het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening, belanghebbende het risico loopt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

1.3

De brief van 7 mei 2021 is niet door het Hof retour ontvangen. Uit onderzoek is gebleken dat de brief op 11 mei 2021 is afgeleverd door PostNL.

1.4

Het griffierecht is niet betaald.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep

2.1

Het verschuldigde griffierecht is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven op de bankrekening die is vermeld in de hiervóór genoemde brief van de griffier. Aldus is het voor het instellen van het hoger beroep verschuldigde griffierecht niet tijdig betaald.

2.2

Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

2.3

Nu het hoger beroep volgens artikel 8:108, eerste lid juncto 8:41, zesde lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) niet-ontvankelijk moet worden verklaard, sluit het Hof het onderzoek en doet het uitspraak op de voet van artikel 8:54 van de Awb. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

3 Kosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.

4 Beslissing

Het Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J.H. van Suilen, lid van de derde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van M.H.J. Pince van der Aa als griffier.

De beslissing is op 22 juni 2021 in het openbaar uitgesproken.

(M.J.H. Pince van der Aa) (A.J.H. van Suilen)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 22 juni 2021.

Ieder van de partijen kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak hiertegen een verzetschrift indienen bij dit Gerechtshof. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen op het verzet te worden gehoord.

Een kopie van deze uitspraak moet bij het verzetschrift worden overgelegd. Het verzetschrift moet zijn ondertekend en ten minste bevatten:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. de vermelding van de uitspraak waartegen het verzet is gericht;

d. de gronden van het verzet, waarbij de bezwaren tegen de uitspraak duidelijk zijn omschreven.

Deze uitspraak vervalt indien het Gerechtshof het verzet gegrond verklaart. De behandeling van het hoger beroep wordt dan voortgezet in de stand waarin het zich bevond toen deze uitspraak werd gedaan.