Bestuursstrafrecht
Verzetzaak. De op het dwangbevel vermelde invorderingskosten ten bedrage van € 45,28 zijn de kosten die het…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 mei 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:3599 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 mei 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2013-3599
Zaakgegevens
Op 22 mei 2013 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 22 mei 2013
- Datum publicatie
- 23 juni 2013
- Zaaknummer
- WAHV 200.115.596
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2013:3599
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzetzaak. De op het dwangbevel vermelde invorderingskosten ten bedrage van € 45,28 zijn de
kosten die het openbaar ministerie moet betalen aan de deurwaarder voor het incasseren van het
op grond van de WAHV door de betrokkene verschuldigde. Deze kosten zijn in artikel 2, onder a,
van de Regeling vaststelling invorderingskosten forfaitair bepaald en hoeven in het exploot
van betekening van het dwangbevel niet te worden gespecificeerd.
Uitspraak
WAHV 200.115.596
22 mei 2013
CJIB 148819097
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden
Beschikking
op het hoger beroep tegen de beschikking
van de kantonrechter van de rechtbank Almelo
van 15 juni 2012
betreffende
[de betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [plaats].
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 19 januari 2012 uitgevaardigd dwangbevel ongegrond verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
In reactie op het verweerschrift heeft de betrokkene verzocht om een behandeling ter zitting.
De zaak is behandeld ter zitting van 8 mei 2013. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. D. Cornelissen.
Beoordeling
Het hoger beroep van de betrokkene richt zich tegen het in rekening brengen van invorderingskosten ter hoogte van € 45,28 reeds bij het betekenen van het exploot, terwijl op dat moment nog geen andere invorderingsmaatregelen dan het uitbrengen van het exploot zijn genomen en de betrokkene nog de gelegenheid heeft om binnen twee dagen het verschuldigde bedrag te betalen. Het blijft dus onduidelijk of deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, aldus de betrokkene.
Artikel 26, eerste lid, WAHV luidt als volgt:
“Verhaal op de goederen van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd geschiedt krachtens een dwangbevel, medebrengende het recht op die goederen zonder vonnis aan te tasten.”
Artikel 26, negende lid, WAHV bepaalt dat de kosten van verhaal krachtens dit artikel op gelijke voet als de administratieve sanctie op degene aan wie de sanctie is opgelegd worden verhaald. Onder de kosten van het verhaal zijn begrepen de invorderingkosten.
Artikel 22, tweede lid, WAHV luidt:
“Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden omtrent de inning voorschriften gegeven. Deze voorschriften hebben in ieder geval betrekking op de plaats en wijze van betaling van de administratieve sanctie, de administratiekosten, de verantwoording van de ontvangen geldbedragen, alsmede op de kosten van verhaal, de invorderingskosten daaronder begrepen.”
Artikel 11a Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 1994 luidt:
“De kosten van het verhaal van een administratieve sanctie worden op gelijke voet als de administratieve sanctie verhaald op degene aan wie deze sanctie is opgelegd. Onder de kosten van verhaal zijn begrepen de invorderingskosten. De kosten van verhaal, voor zover zij niet betreffen de invorderingskosten, worden berekend overeenkomstig de bij het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders vastgestelde tarieven. De omvang van de invorderingskosten wordt bepaald bij ministeriële regeling.”
Blijkens dit artikel behoren derhalve tot de kosten van het verhaal zowel de buitengerechtelijke incassokosten op basis van de (hierna te noemen) ministeriële regeling als de kosten van het deurwaardersexploot op basis van het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders.
De in artikel 11a van het Besluit bedoelde ministeriële regeling is de Regeling vaststelling invorderingskosten van de Minister van Justitie, d.d. 6 juli 2001, Stcrt 2001, 134. Artikel 1 van deze Regeling luidt:
“Voor de toepassing van deze regeling betreffen de handelingen van de gerechtsdeurwaarder die worden verricht ter zake van de invordering van geldboetes, schadevergoedings- en ontnemingsmaatregelen en administratieve sancties, bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (http://wetten.overheid.nl/BWBR0004581/geldigheidsdatum_15-05-2013) 1994, geen ambtshandelingen als bedoeld in het Besluit tarieven gerechtsdeurwaarders.”
Artikel 2 van deze Regeling vaststelling invorderingskosten luidt:
“Onverminderd artikel 3 (http://wetten.overheid.nl/BWBR0012653/geldigheidsdatum_15-05-2013) bedragen de kosten van de in artikel 1 (http://wetten.overheid.nl/BWBR0012653/geldigheidsdatum_15-05-2013) genoemde niet-ambtshandelingen voor:
a. administratieve boetes als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (http://wetten.overheid.nl/BWBR0004581/geldigheidsdatum_15-05-2013) 1994: f 99,78.”
Bovengenoemd bedrag is gelijk aan € 45,28.
De toelichting op deze regeling houdt onder meer in:
“De onderhavige regeling stelt de kosten vast van de incassohandelingen die worden verricht ter zake van de invordering van geldboetes, schadevergoedings- en ontnemingsmaatregelen en administratieve sancties bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (…). Het gaat daarbij om handelingen zoals het registreren van een opdracht en het beoordelen, uitvoeren en bewaken van een betalingsregeling, verhaalsrecherche, het doen van een aanmaning en corresponderen. Afzonderlijke vaststelling van deze kosten vindt plaats, mede omdat de desbetreffende incassohandelingen in de Gerechtsdeurwaarderswet niet worden gerekend tot de ambtshandelingen, waarvan de tarieven zijn vastgesteld in het Besluit tarieven (het hof leest: ambtshandelingen) gerechtsdeurwaarders. (….)”.
In aanmerking nemende, dat de invorderingskosten de kosten zijn die het openbaar ministerie, moet betalen aan de gerechtsdeurwaarder voor het incasseren van het op grond van de WAHV door de betrokkene verschuldigde, zijn deze kosten terecht opgenomen in het dwangbevel en middels het deurwaardersexploot bij de betrokkene in rekening gebracht. Nu deze kosten, die blijkens de onder 7 weergegeven toelichting van uiteenlopende aard kunnen zijn, in de Regeling vaststelling invorderingskosten forfaitair zijn vastgesteld, behoefden deze in het exploot niet nader te worden gespecificeerd.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de beschikking van de kantonrechter bevestigen.
Beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beschikking van de kantonrechter.
Deze beschikking is gegeven door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.