Bestuursstrafrecht

Herstelbeslissing. Het hoger beroep was niet-ontvankelijk verklaard, omdat het verzuim de gronden op te geven…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 mei 2016

Zaakgegevens

Op 9 mei 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
9 mei 2016
Datum publicatie
9 mei 2016
Zaaknummer
WAHV 200.175.877e.v. H
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2016:3591
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelbeslissing. Het hoger beroep was niet-ontvankelijk verklaard, omdat het verzuim de gronden op te geven niet was hersteld. De gemachtigde van de betrokkene voert aan de brief, waarbij hij in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen, niet te hebben ontvangen. Bij gebreke van een deugdelijke verzendadministratie kan het hof niet vaststellen dat de herstel verzuim brief daadwerkelijk is verzonden.

Uitspraak

WAHV-nummers 200.175.877, 200.175.879 en 200.175.880

9 mei 2016

CJIB-nummers 177365131, 177519775 en 177369742

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Herstelarrest

op de hoger beroepen tegen de beslissingen

van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland

van 16 juli 2015

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats] ,

voor wie als gemachtigde optreedt mr. F.J.M. Kobossen,

kantoorhoudende te Apeldoorn.

Het arrest van het hof

Bij arrest van het hof van 23 februari 2016 zijn de hoger beroepen van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is aangehecht en maakt deel uit van dit arrest.

Beoordeling

1. Naar aanleiding van de ontvangst van voornoemd arrest van het hof heeft de gemachtigde bij brieven van 24 februari 2016 en 7 maart 2016 aan het hof verzocht dat arrest terug te nemen, omdat de brieven van 7 januari 2016, waarbij de griffier van het hof de gemachtigde in de gelegenheid heeft gesteld binnen vier weken na de dagtekening van die brief de gronden van het beroep op te geven, nimmer door de gemachtigde zijn ontvangen.

2. In de dossiers bevinden zich correct geadresseerde en aan de gemachtigde gerichte afschriften van een brief gedateerd 7 januari 2016 van de griffier van het hof, waarin de gemachtigde van de betrokkene in de gelegenheid wordt gesteld om het verzuim de gronden van het beroep op te geven te herstellen. Nu de gemachtigde aanvoert dat hij voornoemde brieven niet heeft ontvangen en voornoemde brieven niet aangetekend zijn verzonden, kan het hof - mede in het licht van het ontbreken van een deugdelijke verzendadministratie - niet vaststellen dat de brieven daadwerkelijk zijn verzonden naar de gemachtigde. Het hof moet er daarom vanuit gaan dat de brieven van 7 januari 2016 niet naar de gemachtigde zijn verzonden.

3. Gelet hierop kan het arrest van het hof van 23 februari 2016 niet in stand blijven. Het hof zal daarom het arrest vervallen verklaren en de griffier van het hof opdracht geven de gemachtigde bij aangetekende brief in de gelegenheid te stellen het verzuim de gronden van het beroep op te geven te herstellen.

Beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het arrest van het hof van 23 februari 2016 vervallen;

geeft de griffier opdracht als hiervoor vermeld.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.