Bestuursstrafrecht
Tijdigheid. Het beroepschrift is niet afgestempeld en de envelop ontbreekt. Het beroepschrift is gedateerd ná…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 februari 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:1491 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 21 februari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2020-1491
Zaakgegevens
Op 21 februari 2020 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 21 februari 2020
- Datum publicatie
- 21 februari 2020
- Zaaknummer
- Wahv 200.247.848/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2020:1491
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tijdigheid. Het beroepschrift is niet afgestempeld en de envelop ontbreekt. Het beroepschrift is gedateerd ná het einde van de beroepstermijn, zodat wordt aangenomen dat het te laat is gepost.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.247.848/01 |
|
CJIB-nummer |
: 204091003 |
|
Uitspraak d.d. |
: 21 februari 2020 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 27 juli 2018, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [A] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht. De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.
2. De beslissing van de kantonrechter is op 16 augustus 2018 aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 27 september 2018. Het beroepschrift is gedateerd 29 september 2018. Er bevindt zich geen stempel van ontvangst op dit beroepschrift en tevens ontbreekt de envelop waarin het beroepschrift is verzonden. Derhalve kan niet worden vastgesteld wanneer het beroepschrift ter post is bezorgd en wanneer het beroepschrift is ontvangen. Gelet echter op het feit dat het beroepschrift is gedateerd na het einde van de beroepstermijn, moet het ervoor worden gehouden dat het beroepschrift na de termijn is gepost en na de termijn is ontvangen. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat de betrokkene niet heeft gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, dat hij het beroepschrift van een onjuiste datering heeft voorzien. Het hof stelt aldus vast dat het beroep tegen de beslissing van de kantonrechter niet tijdig is ingesteld.
3. Aangezien niet is gebleken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit houdt in dat het hof niet toe kan komen aan een beoordeling van de bezwaren van de betrokkene tegen de beslissing van de kantonrechter.
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.