Bestuursstrafrecht
Proceskosten. Het aanvullen van de beroepsgronden is geen proceshandeling die voor een vergoeding in…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 mei 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:3513 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 1 mei 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2020-3513
Zaakgegevens
Op 1 mei 2020 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 1 mei 2020
- Datum publicatie
- 1 mei 2020
- Zaaknummer
- Wahv 200.227.288/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2020:3513
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Proceskosten. Het aanvullen van de beroepsgronden is geen proceshandeling die voor een vergoeding in aanmerking komt. Het op verzoek van het hof insturen van informatie wel.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.227.288/01 |
|
CJIB-nummer |
: 163068998 |
|
Uitspraak d.d. |
: 1 mei 2020 |
Beslissing op het verzoek om een kostenveroordeling ex artikel 13b van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften van
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie op 25 april 2017 ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het tussenarrest
De inhoud van het tussenarrest van 31 januari 2020 wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.
Het verdere procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft, zoals verzocht in het tussenarrest, beeldmateriaal in het geding gebracht.
Bij brief van17 februari 2020 heeft de advocaat-generaal het hof bericht dat de inleidende beschikking is vernietigd en dat de betrokkene en de gemachtigde daarover zijn geïnformeerd.
Bij brief van 21 februari 2020 heeft de gemachtigde van de betrokkene het hof bericht dat het hoger beroep wordt ingetrokken. Hierbij is verzocht om een proceskostenvergoeding.
Beoordeling
1. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende voor vergoeding in aanmerking komende proceshandelingen verricht: het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift. Aan het indienen van een beroepschrift dient één punt te worden toegekend.
2. De gemachtigde heeft tevens aangegeven dat hij als proceshandelingen heeft verricht: het indienen van aanvullingen op 1 februari 2018, 20 februari 2018 en 4 februari 2020.
3. Bij faxberichten van 1 en 20 februari 2018 heeft de gemachtigde de gronden van beroep aangevuld. Deze proceshandelingen komen ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) niet voor vergoeding in aanmerking. De gemachtigde heeft op verzoek van het hof beeldmateriaal in het geding gebracht. Deze proceshandeling komt wel voor vergoeding in aanmerking (vergelijk artikel 8:45, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht). Overeenkomstig het Besluit dient hiervoor een 0,5 punt te worden toegekend.
4. De waarde per punt bedraagt € 525,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van in totaal € 918,75 (= 3,5 x € 525,- x 0,5).
Beslissing
Het gerechtshof:
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 918,75 over te maken naar het rekeningnummer van mr. C.M.J.E.P. Meerts te Beegden.
Deze beslissing is gegeven door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van Bons als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.