Bestuursstrafrecht

De officier van justitie hoeft zijn beslissing niet per e-mail toe te sturen. De termijnoverschrijding is…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 mei 2020

Zaakgegevens

Op 7 mei 2020 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
7 mei 2020
Datum publicatie
7 mei 2020
Zaaknummer
WAHV 200.248.513
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2020:3596
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De officier van justitie hoeft zijn beslissing niet per e-mail toe te sturen. De termijnoverschrijding is niet verontschuldigbaar.

Uitspraak

WAHV 200.248.513

7 mei 2020

CJIB 208569862

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant

van 6 september 2018

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] (Hongarije).

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingesteld.

2. Tegen de beslissing van de officier van justitie kan binnen zes weken beroep worden ingesteld. Dat volgt uit artikel 9, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de artikelen 3:41, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd. Uit artikel 6:9 van de Awb volgt dat een beroepschrift dat binnen een week na het aflopen van de beroepstermijn per post binnenkomt nog op tijd is, zolang het beroepschrift maar voor het einde van de termijn op de post is gedaan.

3. De beslissing van de officier van justitie is op 25 oktober 2017 aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 6 december 2017. Het beroepschrift is gedateerd 3 december 2017. Het poststempel is gedateerd 6 december 2017. Uit een stempel blijkt dat het op 21 december 2017 door de officier van justitie is ontvangen. Het beroep is dan ook niet tijdig ingesteld.

4. Artikel 6:11 van de Awb bepaalt – kort gezegd – dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.

5. De betrokkene voert aan dat hij als vrachtwagenchauffeur bijna altijd onderweg is en daardoor zijn post vaak enkele weken later ontvangt. Om die reden had hij de officier van justitie gevraagd om hem niet alleen per post aan te schrijven, maar ook per e-mail, hetgeen niet is gebeurd.

6. Wie langdurige afwezigheid voorziet, dient een voorziening te treffen voor adequate behandeling van zijn post en de behartiging van zijn belangen. Dit heeft de betrokkene kennelijk nagelaten. Dat hij de officier van justitie heeft gevraagd om hem ook per e-mail aan te schrijven, maakt dit niet anders. De Wahv voorziet immers niet in het bekend maken van beslissingen per e-mail. De betrokkene mocht er dus niet van uitgaan dat de beslissing van de officier van justitie hem per e-mail zou worden toegezonden. Bovendien heeft de betrokkene in het onderhavige geval wel degelijk voor het einde van de beroepstermijn kennis genomen van de beslissing van officier van justitie. Het beroepschrift is immers gedateerd 3 december 2017. Blijkens de poststempel heeft de betrokkene het beroepschrift vervolgens op 6 december 2017 per gewone post vanuit Hongarije verstuurd. Deze wijze van verzending draagt een niet te verwaarlozen risico in zich dat het geschrift langer dan een week onderweg is. Door voor deze wijze van verzending te kiezen heeft de betrokkene dit risico genomen. Aldus is het aan hemzelf toe te rekenen dat het beroep te laat is ingesteld.

7. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.

8. Het hof kan de bezwaren van de betrokkene tegen de opgelegde sanctie daarom niet beoordelen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting. De griffier is verhinderd dit arrest te ondertekenen.