Bestuursstrafrecht
Afwateringssleuven maken een doorgetrokken streep niet tot een onderbroken streep.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 november 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:10278 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 4 november 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2021-10278
Zaakgegevens
Op 4 november 2021 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 4 november 2021
- Datum publicatie
- 4 november 2021
- Zaaknummer
- Wahv 200.282.861/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2021:10278
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwateringssleuven maken een doorgetrokken streep niet tot een onderbroken streep.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.282.861/01 |
|
CJIB-nummer |
: 230504641 |
|
Uitspraak d.d. |
: 4 november 2021 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 4 augustus 2020, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 december 2019 om 15:27 uur op de C.G. Roosweg in Lekkerkerk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet is verricht, nu geen sprake is van een doorgetrokken streep. De gemachtigde verwijst hierbij naar de door hem overgelegde foto.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 76, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), inhoudende:
"Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindt, mag niet worden overschreden. Bestuurders mogen zich niet links van een doorgetrokken streep bevinden, indien die streep is aangebracht tussen rijstroken of op paden met verkeer in beide richtingen."
4. Het gaat in deze zaak om de vraag of ter plaatse sprake is van een doorgetrokken streep in de zin van artikel 76 RVV 1990.
5. Het hof heeft in bestendige rechtspraak geoordeeld dat voor het antwoord op deze vraag bepalend is of de wegmarkering zich aan de gemiddelde weggebruiker voordoet als een doorgetrokken streep in de zin van artikel 76 RVV 1990.
6. Het hof is - op basis van de door de gemachtigde en de advocaat-generaal overgelegde foto’s van de plaats van de gedraging - van oordeel dat de asstrepen zich op de plaats van de gedraging voordoen als dubbele doorgetrokken strepen. Dat blijkt reeds uit vergelijking van deze strepen met de onderbroken strepen ter linker en ter rechterzijde van de rijbaan. Aan dat oordeel doet niet af dat de doorgetrokken strepen worden onderbroken door zogenaamde afwateringssleuven van enige centimeters. Nu de gedraging verder niet wordt betwist, staat deze vast.
7. Het bezwaar treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.