Bestuursstrafrecht

Informatieplicht. Dat de officier van justitie nalaat stukken te verstrekken, heeft geen gevolgen voor de…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 november 2021

Zaakgegevens

Op 9 november 2021 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
9 november 2021
Datum publicatie
9 november 2021
Zaaknummer
Wahv 200.283.043
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:10380
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Informatieplicht. Dat de officier van justitie nalaat stukken te verstrekken, heeft geen gevolgen voor de sanctiebeschikking.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.283.043/01

CJIB-nummer

: 222982063

Uitspraak d.d.

: 9 november 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 10 juli 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft de beslissing van de officier van justitie vernietigd omdat de officier van justitie tekortgeschoten is in zijn informatieplicht. De foto’s van de gedraging zijn namelijk niet door de officier van justitie aan de gemachtigde van de betrokkene verzonden voordat op het administratief beroep is beslist. Omdat door de gemachtigde verder geen gronden tegen de inleidende beschikking zijn aangevoerd, heeft de kantonrechter het beroep daartegen ongegrond verklaard.

2. In hoger beroep voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter vanwege de schending van de informatieplicht ook de inleidende beschikking had moeten vernietigen. Doordat de foto’s niet in de fase van administratief beroep zijn overgelegd, loopt de betrokkene een beroepsfase mis. Hierdoor is zij in haar belangen geschaad. Immers heeft de officier van justitie ruimere bevoegdheden dan de rechter bij het vernietigen van sanctiebeschikkingen en voorziet de Wahv niet in een terugwijzing naar de officier van justitie. Volgens de gemachtigde kan het verzuim nog slechts worden hersteld door vernietiging van de inleidende beschikking.

3. Schending van de informatieplicht door de officier van justitie leidt in de regel niet tot vernietiging van de inleidende beschikking. In dit geval heeft de gemachtigde onvoldoende aannemelijk gemaakt waarom de betrokkene door de schending van de informatieplicht zodanig in haar belangen is geschaad dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het enkele feit dat de foto’s van de gedraging niet tijdig zijn verstrekt is daarvoor niet genoeg. De enkele mogelijkheid dat de officier van justitie wel de inleidende beschikking had vernietigd als de gemachtigde in administratief beroep over de foto's had beschikt is, - bezien in het licht daarvan dat in hoger beroep, nadat de gemachtigde en de betrokkene wel de beschikking hadden gekregen over de foto's, geen verweren zijn gevoerd tegen de vaststelling van de gedraging - niet van zodanig gewicht en betekenis dat dit moet leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking.

4. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het beroep tegen de inleidende beschikking terecht ongegrond heeft verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.

5. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.