Bestuursstrafrecht

Bebording aanwezig? Het hof herhaalt dat een betwisting van de aanwezigheid van komborden moet worden…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 november 2021

Zaakgegevens

Op 22 november 2021 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
22 november 2021
Datum publicatie
22 november 2021
Zaaknummer
Wahv 200.278.497
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:10790
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bebording aanwezig? Het hof herhaalt dat een betwisting van de aanwezigheid van komborden moet worden onderbouwd met de gevolgde rijroute. Wanneer verschillende routes worden geopperd, is er geen aanleiding voor nader onderzoek naar de bebording.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.278.497/01

CJIB-nummer

: 223751280

Uitspraak d.d.

: 22 november 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank

Noord-Nederland van 13 januari 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Op 2 maart 2021 is nog een brief van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen, waarop de advocaat-generaal heeft gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 153,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 17 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 februari 2019 om 14:58 uur op het Emmaviaduct, richting Julianaplein, in Groningen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde voert aan dat de gedraging onvoldoende vaststaat. De betrokkene is op de gereden route geen bord H1 gepasseerd. Het is aan de advocaat-generaal te onderbouwen dat de betrokkene dit bord is gepasseerd. Het door de advocaat-generaal overgelegde aanvullend proces-verbaal voldoet niet aan de maatstaf van het overzichtsarrest van het hof van 28 februari 2020, vindplaats op rechtspraak.nl ECLI:NL:GHARL:2020:1803. Ook zijn de schouwdata onvoldoende representatief om de gedraging te kunnen vaststellen. Er zijn geen schouwrapporten van vlak voor en na de vermeende gedraging overgelegd.

3. Het zaakoverzicht houdt naast de onder 1 vermelde gegevens in dat de gedraging op geautomatiseerde wijze is vastgesteld door apparatuur die in een vaste flitspaal is gemonteerd en dat de gedraging plaatsvond binnen de bebouwde kom, waar een toegestane snelheid van 50 km/h gold.

4. Het hof heeft in het door de gemachtigde genoemde arrest voor deze situatie overwogen dat er eerst aanleiding voor nader onderzoek naar de bebording bestaat als de betrokkene die stelt dat deugdelijke bebording ontbrak, heeft aangegeven welke route de bestuurder heeft afgelegd om zijn bestemming te bereiken (overweging 8).

5. Nadat de gemachtigde in de procedure bij de kantonrechter had gesteld dat de betrokkene vanuit de A28 kwam en in hoger beroep bij brief van 17 juli 2020 had gesteld dat de betrokkene komende vanaf de A28 de afrit in de richting van het Emmaviaduct nam en is gekeerd op het kruispunt nabij de Stationsweg, heeft hij bij brief van 2 maart 2021 onder overlegging van een van google maps afkomstige (slecht leesbare) print gesteld dat de betrokkene reed op de N370, de Peizerweg, Paterswoldseweg, de Eeldersingel, de Emmasingel, de Brailleweg en toen het Emmaviaduct.

6. Het betreft hier verschillende routes. Onder deze omstandigheden is geen sprake van het aangeven van een route die de bestuurder heeft afgelegd om zijn bestemming te bereiken als bedoeld in overweging 8 van het arrest. Bij deze stand van zaken bestaat er geen aanleiding voor nader onderzoek naar de aanwezigheid van een bord H1 ten tijde van de gedraging.

7. Gelet op het voorgaande, de inhoud van het zaakoverzicht en de foto van de gedraging kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De kantonrechter heeft een juiste beslissing genomen door het beroep ongegrond te verklaren. Het hof zal die beslissing bevestigen.

8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.