Bestuursstrafrecht

Bebording aanwezig? De rijroute die de betrokkene stelt te hebben gereden, kan niet juist zijn. Daarom hoeft…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 december 2021

Zaakgegevens

Op 8 december 2021 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
8 december 2021
Datum publicatie
8 december 2021
Zaaknummer
Wahv 200.293.993/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:11302
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bebording aanwezig? De rijroute die de betrokkene stelt te hebben gereden, kan niet juist zijn. Daarom hoeft de aanwezigheid van een bord op die route niet te worden aangetoond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.293.993/01

CJIB-nummer

: 200987006

Uitspraak d.d.

: 8 december 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 4 februari 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft - nadat het hof de zaak had teruggewezen - het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter, waarbij is gevraagd om een proceskostenvergoeding evenals om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Op 22 november 2021 heeft de gemachtigde van de betrokkene het hof bericht dat het zittingsverzoek is ingetrokken.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 149,- voor: “overschrijding maximumsnelheid binnen bebouwde kom, met 17 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 augustus 2016 om 00:43 uur op de Raamweg in ’s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De betrokkene ontkent de aanwezigheid van de H1-bebording. Reeds in de procedure bij de kantonrechter is de rijroute kenbaar gemaakt (A12 - S101 - S100 naar de pleeglocatie). Volgens de gemachtigde ligt in dat geval de last bij het openbaar ministerie om aan te tonen dat de bebording ten tijde van de pleegdatum deugdelijk was. Hieraan is niet voldaan, zodat de inleidende beschikking geen stand kan houden. De kantonrechter heeft dit miskend.

3. Uit de gegevens zoals die zijn opgenomen in het zaakoverzicht volgt dat de gedraging heeft plaatsgevonden op de Raamweg, ter hoogte van OV-halte Raamweg, op de kruising van de Laan Copes van Cattenburch met de Van Bylandtlaan, met rijrichting Noord-West naar Zuid-Oost.

4. De advocaat-generaal heeft in reactie op het standpunt van de gemachtigde dat de betrokkene geen H1-bord is gepasseerd - onder meer - een Google Maps kaart, afbeeldingen van Street View en een proces-verbaal van schouw digitale flitspaal overgelegd. Volgens de advocaat-generaal strookt de door de gemachtigde aangegeven rijroute niet met hetgeen in het zaakoverzicht staat vermeld. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de betrokkene van noordwest naar zuidoost reed, terwijl op de door de gemachtigde aangegeven rijroute de betrokkene de flitspaal vanuit het zuidoosten - aldus in tegengestelde richting - zou hebben genaderd.

5. Het hof stelt voorop dat het op de weg van de ambtenaar en - in het verlengde daarvan het openbaar ministerie - ligt om de aanwezigheid van deugdelijke bebording kenbaar te maken op de route die de betrokkene stelt te hebben gereden. Op grond van de door de advocaat-generaal overgelegde en door de gemachtigde niet betwiste gegevens stelt het hof evenwel vast dat de betrokkene niet de door de gemachtigde in hoger beroep gestelde route kan hebben gevolgd naar de locatie van de gedraging. Het hof verbindt hieraan de gevolgtrekking dat geen route is aangegeven die de betrokkene heeft afgelegd naar zijn bestemming, zodat de noodzaak tot het vaststellen van de aanwezigheid van de bebording hier ontbreekt (vergelijk overweging 8 van het arrest van het hof van 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803).

6. Het bezwaar treft geen doel. Dit betekent dat de kantonrechter het beroep tegen de inleidende beschikking terecht ongegrond heeft verklaard en dat die beslissing zal worden bevestigd. Aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Lageveen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.