Bestuursstrafrecht

Wijziging van de feitcode in dit geval niet meer mogelijk, aangezien de betrokkene zich gezien het…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 augustus 2021

Zaakgegevens

Op 12 augustus 2021 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
12 augustus 2021
Datum publicatie
12 augustus 2021
Zaaknummer
Wahv 200.263.934/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:7799
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wijziging van de feitcode in dit geval niet meer mogelijk, aangezien de betrokkene zich gezien het tijdverloop niet meer adequaat tegen een nieuwe hem verweten gedraging zou kunnen verdedigen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.263.934/01

CJIB-nummer

: 222234022

Uitspraak d.d.

: 12 augustus 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank

Midden-Nederland van 11 juni 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 11 juni 2021 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Op 16 juni 2021 is aanvullende informatie ontvangen van de advocaat-generaal.

De betrokkene heeft hierop schriftelijk een reactie gegeven.

De beoordeling

1. In voormeld tussenarrest heeft het hof overwogen dat het zich onvoldoende voorgelicht acht over de vraag welk verkeerslicht de betrokkene volgens de ambtenaar heeft genegeerd en heeft daarom de advocaat-generaal verzocht daarover nadere informatie te verstrekken.

2. In zijn reactie op het tussenarrest geeft de advocaat-generaal aan dat de ambtenaar zich de situatie niet meer kan herinneren, nu de gedraging tweeënhalf jaar geleden is verricht. De advocaat-generaal heeft een proces-verbaal van bevindingen van de ambtenaar met die inhoud aan zijn reactie gehecht.

3. Nu de gevraagde informatie niet door de advocaat-generaal kan worden verstrekt, kan niet worden vastgesteld dat de betrokkene de hem verweten gedraging heeft verricht.

4. Het hof ziet geen aanleiding tot wijziging van de feitcode zoals door de advocaat-generaal is voorgesteld. Het hof begrijpt de opmerking van de betrokkene op dit voorstel dat hij geen actieve herinneringen meer heeft aan het gebeuren dat hij niet meer in staat is om zich adequaat te verweren tegen dit nieuwe verwijt. Dit betekent dat de betrokkene door de wijziging van de feitcode in zijn verdedigingsbelangen zou worden geschaad. Dat verzet zich tegen wijziging van de feitcode.

5. Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

vernietigt de inleidende beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer aan de betrokkene een sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om dit arrest te ondertekenen.