Bestuursstrafrecht
Defect dimlicht. Wanneer bij nacht wordt gereden met een niet-functionerend dimlicht kan een sanctie worden…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 augustus 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:8107 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 augustus 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2021-8107
Zaakgegevens
Op 24 augustus 2021 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 24 augustus 2021
- Datum publicatie
- 24 augustus 2021
- Zaaknummer
- Wahv 200.276.337/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2021:8107
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Defect dimlicht. Wanneer bij nacht wordt gereden met een niet-functionerend dimlicht kan een sanctie worden opgelegd voor ‘rijden terwijl de dimlichten niet aan de eisen voldoen’ (Regeling voertuigen) of voor ‘bij nacht niet voeren van dimlicht’ (RVV 1990).
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.276.337/01 |
|
CJIB-nummer |
: 223654659 |
|
Uitspraak d.d. |
: 24 augustus 2021 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 24 februari 2020, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl de dimlichten niet aan de eisen voldoen (feitcode N560)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 februari 2019 om 23.40 uur op de Bogen in Gouda met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de verkeerde feitcode is gebruikt. De betrokkene wordt verweten te hebben gereden, terwijl het rechter dimlicht defect was. Daarvoor is een aparte feitcode, namelijk R421a. Het is te laat in de procedure om de feitcode nog te wijzigen.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 5.2.51 jo. 5.2.56 van de Regeling voertuigen, waarin is bepaald dat voertuigen moeten zijn voorzien van twee dimlichten en dat deze goed moeten zijn afgesteld. De gedraging met feitcode R421a betreft een overtreding van artikel 32, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, waarin is bepaald dat bij nacht dimlicht of nachtlicht gevoerd moet worden.
4. Uit de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht volgt dat de ambtenaren hebben gezien dat het rechter dimlicht defect was. Dit wordt door de betrokkene ook niet ontkend. Hierdoor is niet voldaan aan de hiervoor genoemde permanente voertuigvereisten en kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
5. Met een defect licht is het niet mogelijk om dimlicht te voeren en daardoor kan ook feitcode van R421a van toepassing zijn wanneer ’s nachts met het voertuig wordt gereden. Een ambtenaar heeft echter een discretionaire bevoegdheid en kan in een dergelijk geval, waarin beide gedragingen zijn verricht, kiezen welke feitcode wordt gebruikt.
6. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is dan ook geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.