Bestuursstrafrecht

Trajectcontrole. De advocaat-generaal legt uit hoe lengte van meettraject wordt bepaald.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 december 2022

Zaakgegevens

Op 14 december 2022 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
14 december 2022
Datum publicatie
14 december 2022
Zaaknummer
Wahv 200.304.273/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:10765
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Trajectcontrole. De advocaat-generaal legt uit hoe lengte van meettraject wordt bepaald.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.304.273/01

CJIB-nummer

: 238550386

Uitspraak d.d.

: 14 december 2022

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 18 oktober 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 9 augustus 2022 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Op 1 september 2022 is aanvullende informatie ontvangen van de advocaat-generaal.

De betrokkene heeft hierop schriftelijk een reactie gegeven.

De beoordeling

1. In het tussenarrest heeft het hof overwogen dat het zich onvoldoende voorgelicht acht over de wijze waarop de trajectlengte is vastgesteld. Mede in het licht van de beroepsgronden zijn een aantal vragen aan de advocaat-generaal voorgelegd. Deze vragen en de daarop volgende reactie luiden als volgt.

1 Geven de hectometerpaaltjes een exacte afstand aan?

De hectometerpaaltjes geven een indicatie van de (onderlinge) afstand.

2 Op welke wijze wordt de exacte lengte van een traject door het NMi bepaald?

De meettrajectlengte wordt bepaald door de afstand te meten met een meetwiel gemonteerd op de trekhaak van een voertuig tussen de markeringen aangebracht op de weg. Daarbij wordt het traject op de kortste manier afgelegd zonder van rijbaan te wisselen. Het meetwiel is herleidbaar gekalibreerd.

3a. Is het traject Hoofddorp - Nieuw-Vennep op de A4 (rechts) tussen hmp 11.3 en 16.1 verdeeld in secties?

Het traject is niet verdeeld in secties (…).

3b. Zo ja, is de meting vastgesteld naar aanleiding van een meting in één van de secties (en welke is dat)?

Dat is niet het geval.

3c. Of is de gedraging - zoals onder 5 is opgenomen - vastgesteld over de gehele lengte van het traject?

Dat is inderdaad het geval.

4. Door de betrokkene is gesteld dat het traject tussen hmp 11.3 en 16.1 4800 meter moet bedragen. Als trajectlengte is 4827 meter vermeld. De stelling van betrokkene is dat het traject geen 4827 meter bedraagt maar minder te weten 4773 meter. Welke ijkpunten zijn gebruikt bij het vaststellen van de trajectlengte en hoe verhouden de gegevens over de trajectlengte in de NMi-verklaring zich met de stelling van de betrokkene dat de markeringsstreep slechts bij het beginpunt hmp 11.3 vrijwel evenwijdig is aan de vermelde hmp en dat het einde van het traject zich 27 meter voor hmp 16.1 bevindt?

Op de weg staan markeringen die begin en einde van het meettraject aangeven. De afstand daartussen wordt gemeten (zoals beschreven onder 2.). De hectometerpaaltjes geven slechts een indicatie van de onderlinge afstand.

2. De betrokkene voert aan dat de afstand waarmee de plaatsing van de hectometerpalen van de indicatieafstand afwijkt maximaal twee meter is. Gelet hierop zal de daadwerkelijke afstand maximaal vier meter afwijken van de aangeven trajectlengte. Dit verklaart nog steeds het eerder gestelde verschil niet. Verder roept de wijze waarop de trajectlengte is vastgesteld vragen op. Met een rijdend voertuig tussen andere voertuigen een afstand meten op de snelweg wekt weinig vertrouwen over het resultaat. De betrokkene persisteert dan ook dat de trajectlengte 4773 meter moet zijn. Dit betekent dat de gedraging niet kan worden vastgesteld.

3. Uit de aanvullende informatie blijkt dat hectometerpalen slechts een indicatie geven van de onderlinge afstand. Dit verklaart waarom de eindmarkering van het traject niet exact samenvalt met hectometerpaal 16.1. Dat de indicatieafstand van hectometerpalen maximaal vier meter afwijkt van de feitelijke afstand van het traject, is niet toegelicht noch aannemelijk gemaakt door de betrokkene. Het hof gaat dan ook voorbij aan deze stelling. Verder verschaft de informatie van de advocaat-generaal inzicht in de wijze waarop de afstand tussen de markeringen is gemeten. De omschreven methode geeft het hof geen aanleiding te twijfelen aan de uitkomsten van de meting. Gelet hierop staat vast dat de trajectlengte 4827 meter is. De gedraging kan dan ook worden vastgesteld.

4. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.