Bestuursstrafrecht

Formulering overtreding in het RVV 1990 hoeft niet (exact) overeen te komen met omschrijving van gedraging in…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 december 2022

Zaakgegevens

Op 22 december 2022 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
22 december 2022
Datum publicatie
22 december 2022
Zaaknummer
Wahv 200.308.111/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:11103
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Formulering overtreding in het RVV 1990 hoeft niet (exact) overeen te komen met omschrijving van gedraging in de bijlage bij de Wahv, zolang deze er maar onder kan worden gebracht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.308.111/01

CJIB-nummer

: 241826898

Uitspraak d.d.

: 22 december 2022

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2022, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “R400ab- motorvoertuig parkeren bij blauwe streep terwijl toegestane parkeertijd is verstreken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 31 mei 2021 om 12:40 uur op de Henriëtte Roland Holtstraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de verweten gedraging niet in strijd is met voorschriften als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wahv. Het parkeren van een motorvoertuig op plaatsen voorzien van een blauwe streep terwijl de toegestane parkeerduur is verstreken, is niet in strijd met een bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 voorschrift. Een blauwe streep heeft op zichzelf geen betekenis, maar heeft gelet op artikel 25, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) slechts betekenis binnen een parkeerschijfzone.

3. Artikel 2, eerste lid, eerste volzin, van de Wahv luidt als volgt:

“Ter zake van de in de bijlage bij deze wet omschreven gedragingen die in strijd zijn met op het verkeer betrekking hebbende voorschriften gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, de Provinciewet of de Gemeentewet, kunnen op de wijze bij deze wet bepaald administratieve sancties worden opgelegd.”

4. In de bijlage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wahv is de gedraging, waarvoor de ambtenaar hier een sanctie heeft opgelegd, als volgt omschreven:

“Parkeren: als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, terwijl (..)

de toegestane parkeerduur is verstreken.”

5. Artikel 25 van het RVV luidt, voor zover hier van belang:

“1. Het is verboden in een parkeerschijfzone te parkeren, behalve op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep. (…)

4. Bij het instellen mag het tijdstip van aankomst naar boven worden afgerond op het eerstvolgende hele of halve uur. De toegestane parkeerduur mag niet zijn verstreken.”

6. De ambtenaar verklaart - voor zover hier van belang - dat de pleeglocatie is ingericht als parkeerschijfzone middels bord E10, conform de bepalingen gesteld in artikel 25, eerste lid, van het RVV 1990. Het voertuig van de betrokkene stond direct langs de blauwe lijn geparkeerd met een zichtbare blauwe parkeerschijf achter de voorruit, waarvan de toegestane parkeerduur van twee uur was verstreken. Van het (zone)bord E10 heeft de ambtenaar foto’s overgelegd.

7. In dit geval is sprake van een overtreding van een op het verkeer betrekking hebbend voorschrift gesteld krachtens de Wegenverkeerswet 1994, te weten artikel 25, vierde lid, van het RVV 1990. Deze overtreding kan worden gebracht onder de omschrijving van de gedraging zoals is opgenomen in de bijlage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wahv. De omstandigheid dat de omschrijving van de gedraging zo ruim is dat die ook betrekking kan hebben op situaties waarin geen sprake is van een overtreding van de verkeersregelgeving, doet hier niet aan af, nu zich dat hier niet voordoet. In deze zaak is immers niet in geding dat de blauwe streep zich binnen een als zodanig aangeduide parkeerschijfzone bevond.

8. Het bezwaar treft aldus geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor het toekennen van proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.