Bestuursstrafrecht
Het verweer dat vlak voor de geslotenverklaring zou zijn gekeerd, verwerpt het hof als ongeloofwaardig. De…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 februari 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:1377 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2022-1377
Zaakgegevens
Op 22 februari 2022 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 22 februari 2022
- Datum publicatie
- 22 februari 2022
- Zaaknummer
- Wahv 200.293.538/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2022:1377
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het verweer dat vlak voor de geslotenverklaring zou zijn gekeerd, verwerpt het hof als ongeloofwaardig. De betrokkene heeft dit namelijk niet reeds bij de staandehouding verklaard en ook niet in administratief beroep.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.293.538/01 |
|
CJIB-nummer |
: 226519489 |
|
Uitspraak d.d. |
: 22 februari 2022 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 15 maart 2021, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12/20”. Deze gedraging zou zijn verricht op (donderdag) 20 juni 2019 om 17:21 uur op de Boslandweg in Rhenen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter het beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard en stelt zich op het standpunt dat op grond van de verklaring van de ambtenaar niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Hij herhaalt daartoe hetgeen bij de kantonrechter is aangevoerd, te weten dat de betrokkene via de kruising Radboudweg de Boslandweg is ingereden en zijn voertuig heeft gekeerd vóór het punt waar het bord geslotenverklaring staat. Hij is zonder een bord geslotenverklaring te passeren terug gereden richting de ambtenaar, die niet heeft kunnen waarnemen dat de betrokkene daadwerkelijk de geslotenverklaring heeft genegeerd.
3. In een proces-verbaal van 1 november 2019 verklaart de ambtenaar dat een vooraankondiging van de geslotenverklaring (met onderborden) staat op de Boslandweg, bij de kruising met de Bergweg en dat 150 meter verderop op de Boslandweg het bord geslotenverklaring staat. Op bijgevoegde foto’s is te zien dat onder het bord geslotenverklaring staat “ma t/m vr
16-18.30 h m.u.v. ontheffinghouders.” In een proces-verbaal van 20 februari 2020 verklaart de ambtenaar dat hij ter hoogte van de kruising met de Radboudweg stond, ter hoogte van Boslandweg 24 en dat hij de betrokkene vanuit de richting van de geslotenverklaring zag komen aanrijden.
4. De betrokkene is staande gehouden. Volgens de ambtenaar heeft hij toen verklaard niet over een ontheffing te beschikken. Zou de betrokkene geen bord geslotenverklaring zijn gepasseerd, dan had het erg voor de hand gelegen om dat op dat moment al aan te voeren en over zijn route zonodig concrete informatie te verstrekken, zodat het opleggen van een sanctie mogelijk had kunnen worden voorkomen. Dat is niet gebeurd en ook in administratief beroep is dat verweer niet gevoerd. Het onder 2 genoemde verweer is eerst gevoerd nadat de gemachtigde van de betrokkene de beschikking had gekregen over het tweede proces-verbaal van de ambtenaar. Het hof ziet daarin aanleiding om het verweer als ongeloofwaardig te verwerpen. Dat brengt mee dat hetgeen de ambtenaar heeft waargenomen, de conclusie kan rechtvaardigen dat de betrokkene de gedraging heeft verricht.
5. De kantonrechter heeft een juiste beslissing genomen door het beroep ongegrond te verklaren. Het hof zal die beslissing bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.