Bestuursstrafrecht

Snorfiets of bromfiets? Het hof raadpleegt het kentekenregister.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 maart 2022

Zaakgegevens

Op 24 maart 2022 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
24 maart 2022
Datum publicatie
24 maart 2022
Zaaknummer
Wahv 200.295.867/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:2289
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Snorfiets of bromfiets? Het hof raadpleegt het kentekenregister.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.295.867/01

CJIB-nummer

: 234082875

Uitspraak d.d.

: 24 maart 2022

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 4 mei 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “bestuurder/passagier snorfiets op rijbaan draagt geen goedgekeurde, goedpassende deugdelijk bevestigde helm”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 juni 2020 om 20:42 uur op de Admiraal De Ruijterweg in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet is verricht. De feitcode van de onderhavige gedraging ziet op het als bestuurder van een snorfiets op de rijbaan niet dragen van een goedgekeurde, goedpassende deugdelijk bevestigde helm, terwijl de betrokkene bestuurder van een bromfiets was. Op een dergelijke gedraging is volgens de gemachtigde een andere feitcode van toepassing.

3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

Gedragingsgegevens: Ik zag betrokkene op een snorfiets over de openbare weg rijden zonder helm.”

4. Onder snorfiets wordt blijkens artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) het volgende verstaan:

“Bromfiets die blijkens de gegevens in het kentekenregister of het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die niet meer bedraagt dan 25 km per uur, met uitzondering van de speed-pedelec, of bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet.”

5. Uit openbaar toegankelijke gegevens op de website van de RDW betreffende het voertuig met het onder 1. vermelde kenteken volgt dat de motor van het voertuig van de betrokkene is beperkt tot een snelheid van 25 km/h. Het hof stelt derhalve vast dat sprake is van een snorfiets zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990.

6. Gelet op de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht heeft deze het voertuig van de betrokkene terecht aangemerkt als een snorfiets. Nu de gedraging voor het overige niet wordt betwist, kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

7. Gelet op het voorgaande wordt de beslissing van de kantonrechter bevestigd. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.