Bestuursstrafrecht
Machtiging. Artikel 9 Wahv. Alleen degene die administratief beroep heeft ingesteld of namens wie dat is…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 mei 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:3847 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 16 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2022-3847
Zaakgegevens
Op 16 mei 2022 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 16 mei 2022
- Datum publicatie
- 16 mei 2022
- Zaaknummer
- Wahv 200.291.140/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2022:3847
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Machtiging. Artikel 9 Wahv. Alleen degene die administratief beroep heeft ingesteld of namens wie dat is gedaan, kan beroep instellen tegen de beslissing van de officier van justitie. Dat het administratief beroepschrift feitelijk is ingediend door een gemachtigde, maakt hem of haar niet zelfstandig beroepsgerechtigd bij de kantonrechter.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.291.140/01 |
|
CJIB-nummer |
: 229714204 |
|
Uitspraak d.d. |
: 16 mei 2022 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 12 januari 2021, betreffende
mr. M. Lagas,
kantoorhoudende te Amsterdam,
beweerdelijk optredende voor
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
mr. M. Lagas (hierna: Lagas) heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat geen machtiging is overgelegd waaruit blijkt dat Lagas gemachtigd is om namens de betrokkene beroep in te stellen. Dit verzuim is ook niet hersteld nadat daartoe de gelegenheid was geboden.
2. Lagas voert aan dat in de procedure bij de kantonrechter helemaal geen machtiging nodig is. Hij mocht namelijk beroep instellen omdat de beslissing op het administratief beroep aan hem gericht is.
3. Het hof stelt vast dat de inleidende beschikking is gericht aan de betrokkene, [de betrokkene] . Op 16 december 2019 is administratief beroep ingesteld door Lagas. Het administratief beroep is door de officier van justitie inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing is door Lagas beroep ingesteld bij de kantonrechter.
4. Op grond van artikel 9, eerste lid, van de Wahv kan tegen de beslissing van de officier van justitie beroep worden ingesteld door degene die administratief beroep heeft ingesteld.
5. Gelet op de beslissing van de officier van justitie is het administratief beroep ingesteld namens de betrokkene. Hoewel feitelijk ingesteld door Lagas, is de betrokkene dus degene die administratief beroep heeft ingesteld en op grond van artikel 9, tweede lid van de Wahv gerechtigd om beroep tegen de beslissing op het administratief beroep in te stellen.
6. Indien een ander dan de betrokkene beroep instelt, kan de rechter naar analogie van artikel 8:24, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) van degene die het heeft ingesteld, in dit geval Lagas, een schriftelijke machtiging verlangen. Gelet hierop treft de klacht geen doel.
7. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er daarom niet.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.