Bestuursstrafrecht
Artikel 5 Wahv. De ambtenaar was onderweg naar een Prio 1-melding. Dan is er geen reële mogelijkheid om een…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 mei 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:4276 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2022-4276
Zaakgegevens
Op 25 mei 2022 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 25 mei 2022
- Datum publicatie
- 25 mei 2022
- Zaaknummer
- Wahv 200.292.839/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2022:4276
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Artikel 5 Wahv. De ambtenaar was onderweg naar een Prio 1-melding. Dan is er geen reële mogelijkheid om een bestuurder staande te houden voor een snelheidsovertreding.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.292.839/01 |
|
CJIB-nummer |
: 233534572 |
|
Uitspraak d.d. |
: 25 mei 2022 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 9 maart 2021, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 404,- voor: “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 37 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 mei 2020 om 20:49 uur op de A2 in Ouderkerk aan de Amstel met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat er een reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden, zodat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder is opgelegd. Een andere staandehouding is als zodanig geen reden af te zien van een staandehouding. De overwegingen van de kantonrechter omtrent de aard van een prio 1 melding vinden geen grondslag in het dossier en betreft evenmin informatie van algemene bekendheid. Verder valt niet in te zien waarom een ambtenaar bij een levensbedreigende situatie om 20:30 uur op een autosnelweg een boordsnelheidsmeting verricht.
3. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
4. In het zaakverzicht wordt als reden van het niet staandehouden van de bestuurder het volgende vermeld: “Tijdens geven volgteken aan bestuurder kreeg verbalisant een prio 1 melding en heb (het hof leest: ik) betrokkene niet gesproken. Verbalisant heeft telefonisch contact proberen te krijgen. Geen reactie.”
5. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de verklaring van de ambtenaar voldoende dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. De ambtenaar heeft niet afgezien van staandehouding omdat hij bezig was met andere staandehouding, maar omdat hij een prio 1 melding kreeg. Een prio 1 melding, het woord zegt het al, is een melding met de hoogste prioriteit is. Hierbij mag gebruik worden gemaakt van optische en geluidssignalen. Deze betekenis van prio 1 melding is naar het oordeel van het hof aan te merken als een feit van algemene bekendheid en kan dus, zonder dat de ambtenaar deze betekenis noemt, worden betrokken bij de beoordeling, zoals de kantonrechter heeft gedaan. Dat de ambtenaar ondanks deze melding toch een meting heeft verricht, laat zich verklaren doordat de ambtenaar deze melding pas kreeg tijdens het geven van het volgteken, dat wil zeggen nadat hij de meting had afgesloten en daarmee de gedraging had geconstateerd. De grond treft geen doel.
6. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
7. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.