Bestuursstrafrecht
Een voorligger met een verdacht uiterlijk en een asociale kledingstijl rechtvaardigt niet het inhalen bij een…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 januari 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:117 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2023-117
Zaakgegevens
Op 6 januari 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 6 januari 2023
- Datum publicatie
- 6 januari 2023
- Zaaknummer
- 200.306.743/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:117
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Een voorligger met een verdacht uiterlijk en een asociale kledingstijl rechtvaardigt niet het inhalen bij een doorgetrokken streep.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.306.743/01 |
|
CJIB-nummer |
: 231839941 |
|
Uitspraak d.d. |
: 6 januari 2023 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 16 december 2021, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een schadevergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder zich links van een doorgetrokken streep bevinden (streep tussen verkeer in beide richtingen)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 februari 2020 om 16:50 uur op de Meppelerweg in Steenwijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene ontkent niet dat hij de gedraging heeft verricht, maar stelt dat hij door de politieambtenaren in het onopvallende voertuig werd uitgelokt. Volgens de betrokkene gluurden zij expres continu in de achteruitkijkspiegels. Verder hadden zij een wantrouwen wekkend uiterlijk en een asociale kledingstijl die de betrokkene crimineel voorkwam. De betrokkene voelde zich dusdanig bedreigd door deze mensen en hun capriolen, dat hij geen andere mogelijkheid zag dan het voertuig in te halen. De betrokkene beklaagt zich verder over de in zijn ogen vooringenomen houding van de rechter en de vertegenwoordiger van de officier van justitie op de zitting bij de kantonrechter.
3. Vast staat dat de gedraging is verricht. Het hof ziet in het betoog van de betrokkene geen aanleiding om te oordelen dat oplegging van een sanctie in dit geval onbillijk of onrechtmatig is geweest. Het uiterlijk van inzittenden van een voorligger of het feit dat zij in de spiegels kijken, maakt niet dat het de betrokkene vrijstond dat voertuig bij een doorgetrokken streep in te halen.
4. De klachten van de betrokkene over de wijze waarop de kantonrechter en de vertegenwoordiger van de officier van justitie hem op de zitting hebben bejegend, vallen buiten het bereik van deze procedure. Als de betrokkene meende dat er gegronde redenen waren om aan onpartijdigheid van de kantonrechter te twijfelen, had hij een wrakingsverzoek kunnen doen.
5. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Het verzoek om een schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard, aangezien de Wahv niet voorziet in het toekennen van een schadevergoeding.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het verzoek om een schadevergoeding niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.