Bestuursstrafrecht
Beleid m.b.t. handhaving in 60 km/u-zones. De brief van de CVOM bevat geen (gepubliceerde) beleidsregels…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 januari 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:156 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 9 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2023-156
Zaakgegevens
Op 9 januari 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 9 januari 2023
- Datum publicatie
- 9 januari 2023
- Zaaknummer
- Wahv 200.306.895/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:156
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beleid m.b.t. handhaving in 60 km/u-zones. De brief van de CVOM bevat geen (gepubliceerde) beleidsregels waarop weggebruikers zich kunnen beroepen.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.306.895/01 |
|
CJIB-nummer |
: 237407804 |
|
Uitspraak d.d. |
: 9 januari 2023 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank OostBrabant van 28 oktober 2021, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.
Op 16 juni 2022 is nog een e-mail van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. Een afschrift daarvan is toegestuurd aan de advocaat-generaal.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 121,- voor: “14 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 oktober 2020 om 18:34 uur op de Vlaamseweg in Sterksel met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor handhaving in een 60 km-gebied, zoals opgenomen in de eerder in de procedure door hem overgelegde brief van 1 april 2019 van de hoofdofficier van justitie van het parket CVOM aan de hoofdofficieren van justitie. Zo ligt het overtredingspercentage blijkens de door de gemachtigde overgelegde mutatierapporten van uitgevoerde snelheidscontroles in 2020 op de pleeglocatie ruim boven de maximale 20%. Ook is niet gebleken dat aan de overige voorwaarden is voldaan, nu documenten waaruit dit zou moeten blijken na een daartoe strekkend Wob-verzoek van de gemachtigde aan de Politie Eenheid Oost-Brabant niet zijn verstrekt. Dit brengt mee dat handhaving achterwege had moeten blijven en dat de inleidende beschikking moet worden vernietigd.
3. Het hof stelt vast dat in de door de gemachtigde overgelegde brief onder meer is opgenomen dat tot handhaving in 30- en 60-kilometergebieden kan worden overgegaan als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
-
Er dient een geloofwaardige limiet te zijn. Dit betekent onder meer dat de inrichting passend bij de limiet moet zijn (Duurzaam Veilig).
-
Overtredingspercentage is (maximaal) circa 20%. Wanneer er een hoger overtredingspercentage is, zal er geen sprake zijn van een geloofwaardige limiet. Het tijdelijke effect van handhaving is dan niet voldoende om het naleefgedrag daadwerkelijk en structureel te verbeteren. Er zijn dan andere maatregelen nodig.
-
Er dient sprake te zijn van objectieve verkeersonveiligheid en risico’s op verkeersonveiligheid.
4. Voor zover niet is voldaan aan de bovengenoemde voorwaarden kan dit niet leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking, omdat de brief waarin deze voorwaarden zijn opgenomen geen (gepubliceerde) beleidsregels bevat waarop de betrokkene een beroep kan doen. De grond van de gemachtigde treft dan ook geen doel.
5. Het voorgaande brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd en dat het verzoek om een proceskostenvergoeding zal worden afgewezen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.