Bestuursstrafrecht
Groot licht voeren terwijl dat niet is toegestaan. Dat een sanctie voor onnodig signalen geven (knipperen)…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 januari 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:48 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2023-48
Zaakgegevens
Op 3 januari 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 3 januari 2023
- Datum publicatie
- 3 januari 2023
- Zaaknummer
- Wahv 200.308.163/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:48
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Groot licht voeren terwijl dat niet is toegestaan. Dat een sanctie voor onnodig signalen geven (knipperen) ook mogelijk was, betekent niet dat deze sanctie onjuist is.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.308.163/01 |
|
CJIB-nummer |
: 237645606 |
|
Uitspraak d.d. |
: 3 januari 2023 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 11 januari 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “groot licht voeren bij dag/tegenkomen ander/bij volgen ander (motorvoertuig
(+ aanhangwagen)), bromfiets, snorfiets of gehandicapten voertuig (R425)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 november 2020 om 16:35 uur op de A7 in Middenbeemster met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat de betrokkene ‘onnodig met groot licht seinde’. De ambtenaar had daarom feitcode R419 (‘signalen geven in andere gevallen dan toegestaan’) moeten gebruiken. Aldus is een onjuiste feitcode gebruikt en de kantonrechter heeft dit ten onrechte niet onderkend.
3. Voormelde gedraging is een overtreding van het bepaalde in artikel 32, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) waarin is bepaald dat bestuurders van een motorvoertuig bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht dimlicht voeren. Het tweede lid luidt als volgt:
“Het voeren van groot licht in plaats van dimlicht is toegestaan behoudens in de volgende gevallen:
a. bij dag;
b. bij het tegenkomen van een andere weggebruiker en
c. bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig.”
4. Onbetwist staat vast dat de bestuurder op de onder 1. omschreven dag, tijd en plaats met groot licht heeft gereden. Uit de (op ambtsbelofte) opgemaakte reactie van de ambtenaar die de gedraging heeft geconstateerd volgt – zakelijk en kort weergegeven – dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene aan het bumperkleven was bij een inhalende personenauto’s en dat het grote licht constant onnodig aan en uit werd gedaan. De bestuurder reed, zo volgt uit de verklaring, steeds kort op de andere personenauto’s en pushte ze naar de rechter rijbaan. Deze verklaring is verder niet betwist en gelet op het onder artikel 32, eerste lid, onder a en c, van het RVV 1990 vermelde, staat vast dat de gedraging waarvoor een sanctie is opgelegd, is verricht. De ambtenaar heeft derhalve op juiste gronden feitcode R425 gebruikt en het hof ziet, net als de kantonrechter, geen aanleiding om de feitcode te wijzigen.
5. De grond treft aldus geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.