Bestuursstrafrecht
Bestuurlijke boete overlast openbare ruimte. Zich met een niet aangelijnde hond op of aan de weg bevinden…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 augustus 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:6626 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 augustus 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2023-6626
Zaakgegevens
Op 3 augustus 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 3 augustus 2023
- Datum publicatie
- 3 augustus 2023
- Zaaknummer
- GEMW 200.320.843/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:6626
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bestuurlijke boete overlast openbare ruimte. Zich met een niet aangelijnde hond op of aan de weg bevinden. Dat sprake was van overmacht is niet aannemelijk gemaakt. Dat de hond zich heeft losgerukt betreft een omstandigheid waarvan de gevolgen voor rekening en risico van de eiser komen.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: GEMW 200.320.843/01 |
|
Uitspraak d.d. |
: 3 augustus 2023 |
Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 23 november 2022, betreffende
[de eiser] (hierna: eiser),
wonende te [woonplaats] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van eiser ongegrond verklaard. Dit beroep was ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna te noemen: verweerder) naar aanleiding van de oplegging van een bestuurlijke boete aan eiser op grond van artikel 154b van de Gemeentewet met kenmerk [nummer1] .
Het verloop van de procedure
Eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
Verweerder heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan eiser is een bestuurlijke boete opgelegd van € 100,- voor overtreding van artikel 5.13, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amsterdam (APV Amsterdam). Deze overtreding zou zijn begaan op 5 november 2021 op de Valutaboulevard in Amsterdam.
2. Artikel 5.13, eerste lid, van de APV Amsterdam luidt als volgt:
“Het is de eigenaar of houder verboden zich met een hond op of aan de weg te bevinden als deze niet is aangelijnd.”
3. Eiser voert aan dat de gedachte ‘los is los’ niet identiek is aan het gegeven feit dat de hond wel aangelijnd was en zich op een gegeven moment lostrok, wat daarna ook weer werd gecorrigeerd. Juridisch zijn dit twee verschillende momenten. De waarnemingen van de ambtenaar zijn beperkt omdat de ambtenaar aan de andere kant van de straat de hoek om reed. Verweerder gaat voorbij aan het moment waarop de handeling plaatsvond die tot de boete heeft geleid. Er is sprake van oorzaak en gevolg en de sanctie zou gegeven moeten worden op de oorzaak en niet op het gevolg.
4. Niet in geding is dat de hond van eiser op de hiervoor vermelde datum, tijd en locatie niet-aangelijnd rondliep. Het hof zal beoordelen of er desondanks redenen zijn een boete achterwege te laten.
5. De ambtenaar heeft verklaard dat hij zag dat de hond ongeveer twintig meter losliep, dat de loslopende hond over de autoweg liep, dat een voertuig moest remmen voor de loslopende hond en dat hierdoor gevaar werd veroorzaakt. Ten aanzien van de verklaring van eiser dat de hond vlak daarvoor wel was aangelijnd, maar dat het kleine Boomertje zich met een kort rukje ontdeed van zijn halsriempje toen het twee aangelijnde buurthonden aan de overkant zag, heeft verweerder in de beslissing op bezwaar overwogen dat voor de vaststelling van de overtreding niet relevant is of de overtreding korter of langer heeft geduurd en evenmin of de hond zich heeft losgerukt. Dat de hond eerder wel was aangelijnd en dat de eiser de overtreding niet doelbewust heeft begaan, betekent niet dat een boete achterwege moet blijven. Het is in beginsel de verantwoordelijkheid van de eigenaar of houder om ervoor te zorgen dat de hond zich niet op of aan de weg bevindt zonder aangelijnd te zijn. De betrokkene heeft naar het oordeel van het hof niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van overmacht, zodat de kantonrechter terecht heeft overwogen dat het losrukken voor rekening en risico van de betrokkene komt. Gelet hierop is niet gebleken van redenen om een boete achterwege te laten.
6. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.