Bestuursstrafrecht
Ook van lange bestuurders wordt verwacht dat zij anticiperen op naderende verkeerssituaties, zoals verkeerslichten.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 januari 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:808 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 30 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2023-808
Zaakgegevens
Op 30 januari 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 30 januari 2023
- Datum publicatie
- 30 januari 2023
- Zaaknummer
- 200.309.030/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:808
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ook van lange bestuurders wordt verwacht dat zij anticiperen op naderende verkeerssituaties, zoals verkeerslichten.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.309.030/01 |
|
CJIB-nummer |
: 235085677 |
|
Uitspraak d.d. |
: 30 januari 2023 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 11 januari 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “Niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 juli 2020 om 14:59 uur op de Oranjesingel (kruising Van Schevichavenstraat) in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert in hoger beroep opnieuw aan dat hij niet opzettelijk door rood is gereden, maar dat sprake was van een gewijzigde en voor hem ongunstige verkeerssituatie. Om vanaf de ventweg weer op de hoofdbaan te komen moest hij eerst ver over zijn schouder naar achteren kijken, waarna hij bijna recht onder het verkeerslicht terecht kwam en daar dus geen zicht meer op had. Op de foto is te zien dat er op de tegemoetkomende weghelft ook iemand door rood reed, wat bij de betrokkene de indruk wekte dat hij mocht doorrijden. Hij was zich er op dat moment niet eens meer van bewust dat hij een kruising overstak, omdat hij zich met verschillende dingen tegelijkertijd moest bezig houden. Hij hoopt dat er in deze zaak ook naar de menselijke factor wordt gekeken, waarbij rekening wordt gehouden met zijn lengte waardoor hij hoger in de auto zit. Hierdoor zijn sommige verkeersborden en -tekens in combinatie met gewijzigde verkeerssituaties voor hem minder of zelfs niet zichtbaar met als gevolg dat dit soort verkeersfouten worden gemaakt.
3. In geschil is niet dat de betrokkene niet gestopt is voor het rood uitstralende verkeerslicht. Het hof te dient echter te beoordelen of er andere redenen zijn om de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
4. Het hof stelt voorop dat de omstandigheid dat de betrokkene de gedraging niet bewust of met opzet heeft begaan, geen aanleiding geeft voor het oordeel dat de sanctie achterwege moet blijven of gematigd moet worden. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de regelgever namelijk niet afhankelijk gesteld van de intentie van de betrokkene.
5. De betrokkene doet een beroep op een zekere mate van overmacht. Een geslaagd beroep op overmacht kan leiden tot het oordeel dat de gedraging is verricht onder zodanige omstandigheden dat de sanctie achterwege zou moeten blijven. Aan een dergelijk beroep dient ten minste de eis te worden gesteld dat feiten en omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk kan worden dat de bestuurder onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan.
6. Aan voornoemd vereiste is niet voldaan. Van een bestuurder mag worden verwacht dat hij tijdig en op de juiste wijze anticipeert op een naderende verkeerssituatie. Dat de betrokkene alvorens de hoofdweg op te rijden onvoldoende op het verkeerslicht heeft geanticipeerd omdat hij - naar eigen zeggen - in een kort tijdsbestek meerdere kanten op moest kijken en daardoor niet heeft kunnen waarnemen dat het licht rood uitstraalde, dient voor zijn rekening te komen. In het geval van gewijzigde omstandigheden dient een bestuurder namelijk extra oplettend te zijn. Dat de betrokkene langer is dan gemiddeld doet aan het vorenstaande niet af. Naar het oordeel van het hof was aldus geen sprake van een dermate onoverzichtelijke verkeerssituatie waardoor de betrokkene niet anders kon handelen dan hij heeft gedaan. Het beroep op overmacht faalt.
7. Het voorgaande betekent dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard en dat het hof die beslissing zal bevestigen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.