Bestuursstrafrecht
Uitzicht belemmerend onnodig voorwerp. Op de voorruit was een iPad bevestigd. Gelet op de omvang daarvan en…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 januari 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:319 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2024-319
Zaakgegevens
Op 15 januari 2024 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 15 januari 2024
- Datum publicatie
- 15 januari 2024
- Zaaknummer
- Wahv 200.324.519
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2024:319
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitzicht belemmerend onnodig voorwerp. Op de voorruit was een iPad bevestigd. Gelet op de omvang daarvan en de positie waar deze was geplaatst, is in dit geval sprake van een onnodig voorwerp dat het uitzicht van de bestuurder belemmert.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.324.519/01 |
|
CJIB-nummer |
: 248200103 |
|
Uitspraak d.d. |
: 15 januari 2024 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 februari 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “Voorruit/zijruiten/windscherm/achterruit geen recht. buit. spiegel voorzien van uitzicht belemmerende onnodige voorwerpen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 maart 2022 om 15:14 uur op de Amsterdam-Sloten (A1) in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het hier gaat om een iPad, die was bevestigd aan het voorraam en aan de bovenkant van het dasboard van de betrokkene. Een iPad is maar iets groter dan het mobiele elektronische apparaat dat doorgaans op de voorruit wordt bevestigd. De iPad zat onder aan de ruit. De bestuurder heeft goed zicht gehad, omdat het gaat om een bedrijfsbus met een grote voorruit. Derhalve kan de gedraging niet worden vastgesteld.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Wij, verbalisanten, zagen (het hof vult aan: dat zich) op de voorruit belemmerende onnodige voorwerpen bevonden. Wij zagen dat betrokkene voor op het dashboard een tablet had staan. Wij zagen dat deze tablet tijdens het rijden voor zijn gezicht tegen het raam stond. Hierdoor werd de bestuurder belemmerd door de tablet en had geen voldoende zicht naar buiten toe. (…).”
4. In het dossier bevinden zich verder nog foto’s van het geconstateerde. Hierop is te zien dat in het midden van de voorruit boven het stuur, aan de onderzijde, een tablet is bevestigd. De tablet bevindt zich in een houder die op de voorruit en op het dashboard is gemonteerd. De tablet staat rechtop.
5. De verweten gedraging is een overtreding van artikel 5.2.42 van de Regeling voertuigen (hierna: Rv). Dit artikel luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“2. De voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten van personenauto’s mogen niet zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren.”
6. Artikel 5.2.42 Rv is opgenomen in hoofdstuk 5, dat inhoudt de permanente eisen waaraan voertuigen dienen te voldoen. De Nota van toelichting bij dit artikel in voorheen het Voertuigreglement houdt onder meer in:
“Toegevoegd is de eis dat de ruiten niet mogen zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder beperken. Te denken valt daarbij aan stickers, lichtdoorlaatbaarheid beperkende folies of voor wat betreft de achterruit, jaloezieën die de achterruit dichtmaken. Een en ander zal in lagere regelgeving nader kunnen worden ingevuld.”
7. De Rv bevat geen concrete uitwerking van hetgeen in art. 5.2.42 van de Rv is verboden.
8. Het hof is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden, met name uit de foto’s van het voertuig waarop het voorwerp op de ruit zichtbaar is, voldoende blijkt dat dit voorwerp, een tablet, gelet op de omvang daarvan en de positie waar deze is geplaatst, in dit geval een onnodig voorwerp is dat het uitzicht van de bestuurder belemmert. De gedraging kan dan ook worden vastgesteld.
9. De aangevoerde grond treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.