Bestuursstrafrecht
Volgorde toetsing ontvankelijkheid. Eerst wordt beoordeeld of het hoger beroep tijdig is ingediend en…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 december 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:7589 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 9 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2024-7589
Zaakgegevens
Op 9 december 2024 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 9 december 2024
- Datum publicatie
- 9 december 2024
- Zaaknummer
- Wahv 200.342.467
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2024:7589
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Volgorde toetsing ontvankelijkheid. Eerst wordt beoordeeld of het hoger beroep tijdig is ingediend en vervolgens of is voldaan aan de in artikel 6:5 van de Awb opgenomen vereisten
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.342.467/01 |
|
CJIB-nummer |
: 248228119 |
|
Uitspraak d.d. |
: 9 december 2024 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 4 december 2023, betreffende
[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats] .
De vertegenwoordiger van de betrokkene is [naam1] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.
Het verloop van de procedure
De vertegenwoordiger van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De vertegenwoordiger van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. De advocaat-generaal stelt dat het hoger beroep te laat is ingesteld en daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
2. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht. De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.
3. De beslissing van de kantonrechter is op 7 december 2023 verzonden naar de vertegenwoordiger van de betrokkene op het adres [adres1] , [vestigingsplaats] . Dit is niet het adres zoals door de vertegenwoordiger is vermeld in de brief van 4 november 2022 aan de rechtbank. Daarin is het adres [adres2] , [vestigingsplaats] vermeld. De beslissing van de kantonrechter is daarom niet op de juiste wijze bekendgemaakt. Dit brengt mee dat de beroepstermijn niet is aangevangen en dat het hoger beroep tijdig is ingesteld.
4. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen zekerheid is gesteld en er geen aanleiding is om te oordelen dat dit verzuim niet aan de betrokkene zou mogen worden toegerekend. De vertegenwoordiger heeft geen gronden aangevoerd tegen deze beslissing. Dat is wel verplicht (artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht). De griffier van het hof heeft de vertegenwoordiger van de betrokkene hier in brieven van 3 juli 2024 en 7 augustus 2024 op gewezen en hem de gelegenheid gegeven om binnen een termijn van vier weken gronden in te dienen. De laatste brief is aangetekend verzonden. In deze brieven is gemeld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, als geen gronden worden ingediend. De vertegenwoordiger van de betrokkene heeft niet binnen de termijn alsnog gronden ingediend. Het hof zal het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.