Bestuursstrafrecht
Proceskostenvergoeding. De kantonrechter heeft ten onrechte een proceskostenvergoeding toegekend voor het…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 juni 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:3526 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2025-3526
Zaakgegevens
Op 10 juni 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 10 juni 2025
- Datum publicatie
- 10 juni 2025
- Zaaknummer
- Wahv 200.351.675/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2025:3526
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Proceskostenvergoeding. De kantonrechter heeft ten onrechte een proceskostenvergoeding toegekend voor het administratief beroep. Het bezwaar tegen de hoogte van die vergoeding treft daarom geen doel.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.351.675/01 |
|
CJIB-nummer |
: 251366991 |
|
Uitspraak d.d. |
: 10 juni 2025 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 14 februari 2025, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd, het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 140,63. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 765,50.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 1 augustus 2022 om 16.25 uur op de Provincialeweg in Hoorn met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 140,63, omdat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden en de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.
2. De gemachtigde van de betrokkene betwist de gedraging. Deze enkele ontkenning leidt niet tot twijfel aan de gegevens in het dossier op basis waarvan de gedraging kan worden vastgesteld.
3. Verder voert de gemachtigde aan dat de hoogte van de door de kantonrechter berekende proceskostenvergoeding niet klopt. In administratief beroep bedraagt de waarde per punt € 647,-. Als dit bedrag wordt vermenigvuldigd met de wegingsfactor (0,5) bedraagt de vergoeding € 323,50 en niet € 312,-. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat de beslissing van de kantonrechter niet in stand kan blijven.
4. Het hof stelt vast dat de kantonrechter het bedrag van de sanctie heeft gematigd. Hij heeft de betrokkene daarmee (deels) in het gelijk gesteld. De kantonrechter heeft een proceskostenvergoeding toegekend waarbij voor het administratief beroep de vergoeding is bepaald op € 312,- (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5 en waarde per punt € 647,-) en voor de fase bij de kantonrechter op € 453,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5 en waarde per punt € 907,-).
5. In dit geval bestaat echter geen rechtens te respecteren belang bij vergoeding van de proceskosten in administratief beroep. Daartoe overweegt het hof dat de betrokkene in administratief beroep niet is bijgestaan door een professioneel gemachtigde, zodat geen sprake is van proceshandelingen van een beroepsmatig rechtsbijstandverlener die voor vergoeding in aanmerking komen. Dit brengt mee dat de kantonrechter om die reden al geen proceskostenvergoeding voor deze fase had behoren toe te kennen.
6. Nu de kantonrechter ten onrechte een proceskostenvergoeding voor het administratief beroep heeft toegekend, treft het bezwaar van de gemachtigde tegen de hoogte van die vergoeding geen doel.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.