Bestuursstrafrecht

Geen zekerheid. De betrokkene heeft om principiële redenen geen zekerheid gesteld. Het hof ziet in het betoog…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 juli 2025

Zaakgegevens

Op 4 juli 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
4 juli 2025
Datum publicatie
4 juli 2025
Zaaknummer
Wahv 200.350.459
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:4128
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geen zekerheid. De betrokkene heeft om principiële redenen geen zekerheid gesteld. Het hof ziet in het betoog van de betrokken geen aanleiding om te oordelen dat het niet (volledig) zekerheid stellen verschoonbaar moet worden geacht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.350.459/01

CJIB-nummer

: 257741974

Uitspraak d.d.

: 4 juli 2025

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 28 november 2024, betreffende

[de betrokkene] B.V.(hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .

De betrokkene wordt vertegenwoordigd door [naam1] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 20 juni 2025. De vertegenwoordiger van de betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam2] .

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet op de voorgeschreven wijze zekerheid is gesteld en niet is gebleken dat dit verschoonbaar is.

2. De vertegenwoordiger van de betrokkene voert aan dat hij om principiële redenen geen zekerheid heeft gesteld. Tijdens de coronatijd heeft de overheid maatregelen getroffen, waarmee zoveel kapot is gemaakt in de samenleving. Er is sprake van oversterfte en de financiële schade is enorm. Op het moment dat hij geld zou overmaken aan deze overheid zou hij medeplichtig worden aan al het leed dat zij heeft veroorzaakt en zou hij zich schuldig maken aan overtreding van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (deelneming aan een criminele organisatie).

3. Artikel 11 van de Wahv verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten. De betrokkene is op juiste wijze geïnformeerd over deze verplichting. Er is niet (volledig) zekerheid gesteld. Het hof ziet in het betoog van de vertegenwoordiger geen aanleiding om te oordelen dat het niet (volledig) zekerheid stellen verschoonbaar moet worden geacht.

4. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Willems-Keekstra, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.