Bestuursstrafrecht

Artikel 5 WVW 1994. Generalis/specialis. Dat de gemachtigde drie feitcodes kan noemen die hier mogelijk aan…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 4 augustus 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
4 augustus 2025
Datum publicatie
4 augustus 2025
Zaaknummer
Wahv 200.352.961
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:4835
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Artikel 5 WVW 1994. Generalis/specialis. Dat de gemachtigde drie feitcodes kan noemen die hier mogelijk aan de orde zijn, is een aanwijzing dat het voertuig zodanig op de weg stond dat om meerdere redenen hinder werd/kon worden veroorzaakt en dat niet alle hinder is verdisconteerd in één specifieke hinderbepaling. De ambtenaar kon dus een sanctie opleggen voor de onderhavige gedraging.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.352.961/01

CJIB-nummer

: 261090488

Uitspraak d.d.

: 4 augustus 2025

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 27 januari 2025, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 160,- voor:

“R395 - voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 september 2023 om 15.43 uur op de Van Vredenburchweg (t.h.v. huisnummer: 425) in Rijswijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene betwist de gedraging. Hij voert aan dat sprake is van parkeren binnen vijf meter van een bocht en dit is een specifiekere feitcode waarbij de hinder al is verdisconteerd (het hof begrijpt: parkeren binnen vijf meter van een kruispunt, feitcode R397A). De gemachtigde stelt zich dan ook op het standpunt dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.

3. De vermeende gedraging betreft de overtreding van artikel 5 van de WVW 1994. Dit artikel luidt:

“Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.”

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik, verbalisant, zag dat betrokken voertuig op een plek geparkeerd stond waar niet geparkeerd mag worden. Ik zag dat het voertuig met de achterzijde op de openbare weg stond. Ik zag dat het overige verkeer hinder had. Ik zag dat het verkeer wat gebruik maakte van de openbare weg, niet door kon rijden vanwege het parkeren van betrokken voertuig. Ik zag in mijn eigen dienstvoertuig dat de weg niet geheel zichtbaar was als je van de weg gebruik wilde maken. Ik zag dat het tegemoetkomende verkeer moest stoppen omdat zij geen zicht had op wat achter het voertuig zou kunnen staan. Hierdoor was er onnodig hinder en ontstonden er gevaarlijke situaties. (…)

Aan betrokkene is de cautie verleend.

Verklaring betrokkene: Ik was aan het laden en lossen.”

5. Het dossier bevat verder een foto van de gedraging. Hierop is te zien dat het voertuig van de betrokkene met de voorwielen staat op een strook gras respectievelijk een met grijze klinkers bestrate verhoging. De achterzijde van het voertuig bevindt zich op de rijbaan.

6. Daarnaast bevat het dossier enkele door de advocaat-generaal ingebrachte afbeeldingen van Google Street View. Hieruit volgt dat de Van Vredenburchweg een tweerichtingsweg is waarbij tussen de twee rijstroken zich een doorgetrokken streep bevindt. De plaats waar het voertuig van de betrokkene stond is gelegen in een bocht waar de Van Vredenburchweg overgaat in de Steenvoordelaan. In deze bocht bevindt zich verder een in- en/of uitrit.

7. Naar het oordeel van het hof kan op basis van de verklaring van de ambtenaar in samenhang met voornoemde afbeeldingen worden vastgesteld dat het voertuig zodanig op de weg stond dat verkeer werd of kon worden gehinderd.

8. Het hof stelt verder vast dat de gemachtigde in administratief beroep, naast de gedraging parkeren binnen vijf meter van een kruispunt, nog twee andere feitcodes heeft genoemd, namelijk parkeren op een groenstrook of parkeren voor een in en/of uitrit, die ook van toepassing zouden kunnen zijn. De omstandigheid dat de gemachtigde drie feitcodes kan noemen die mogelijk aan de orde zijn, kan worden gezien als een aanwijzing dat het voertuig stilstond op een plek die om meerdere redenen hinder veroorzaakte dan wel zou kunnen veroorzaken en dus niet alle hinder verdisconteerd is in één specifieke hinderbepaling. Daarom valt niet in de zien waarom het de ambtenaar in deze situatie niet vrijstond om een sanctie op te leggen wegens overtreding van artikel 5 van de WVW 1994.

9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er daarom niet.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.