Bestuursstrafrecht
Snelheidsoverschrijding binnen de bebouwde kom. Overtreding artikel 20, aanhef en onder a, van het RVV 1990…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 mei 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:2889 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 8 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-2889
Zaakgegevens
Op 8 mei 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 8 mei 2026
- Datum publicatie
- 8 mei 2026
- Zaaknummer
- Wahv 200.360.478/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:2889
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Snelheidsoverschrijding binnen de bebouwde kom. Overtreding artikel 20, aanhef en onder a, van het RVV 1990. Of op de door de betrokkene gereden route een bord A1 (50) aanwezig was, kan in midden blijven. Ook als dat bord aanwezig was, had een sanctie voor deze feitcode kunnen worden opgelegd. Dat dan mogelijk ook een sanctie voor een andere feitcode had kunnen worden opgelegd, doet daaraan niet af. Sanctietarief gelijk.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.360.478/01 |
|
CJIB-nummer |
: 264190652 |
|
Uitspraak d.d. |
: 8 mei 2026 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 25 augustus 2025, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 120,- voor: “12 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 februari 2024 om 10:29 uur op de Stationsweg, ter hoogte van nummer 65, in VelsenZuid met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat hij de kantonrechter niet kan volgen. De gemachtigde heeft foto’s overgelegd van de gereden route en waar borden A1 te zien zijn. Het is dan ook overbodig om nog een rijroute te vermelden. Er is maar één mogelijkheid om op de pleeglocatie terecht te komen. De gemachtigde heeft bij de kantonrechter aangevoerd dat de beschikking niet in stand kan blijven aangezien bij aanwezigheid van een bord A1 sprake is van een andere feitcode.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 20, aanhef en onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, waarin is bepaald dat de maximumsnelheid voor motorvoertuigen binnen de bebouwde kom 50 kilometer per uur bedraagt. Dat is slechts anders indien met een bord A1 een andere snelheid is aangegeven (vgl. het arrest van het hof van 4 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1924).
4. In aanmerking genomen dat niet is betwist dat de betrokkene op de gereden route naar de pleeglocatie een bord H1 is gepasseerd, kan in dit geval op grond van de inhoud van het zaakoverzicht worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Of er op de door de betrokkene gereden route een bord A1 ‘50’ aanwezig was, kan gelet op wat onder 3. is overwogen, in het midden blijven. Ook indien er een bord A1 ‘50’ aanwezig was op de door de betrokkene gereden route, kan de onderhavige gedraging met feitcode VA012 worden vastgesteld. Dat er in dat geval ook een sanctie opgelegd had kunnen worden voor feitcode VB012 doet hier niet aan af. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat voor beide feitcodes het sanctiebedrag ten tijde van de gedraging € 120,- was. De grond treft geen doel.
5. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Het hof zal dit doen met verbetering van gronden omdat de kantonrechter niet is ingegaan op wat in beroep is aangevoerd. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter, met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.