Bestuursstrafrecht
Snelheidsoverschrijding. Dat de snorfiets van de betrokkene feitelijk de constructiesnelheid van een…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 juni 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:4267 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 30 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-4267
Zaakgegevens
Op 30 juni 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 30 juni 2026
- Datum publicatie
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- Wahv 200.361.606/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:4267
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Snelheidsoverschrijding. Dat de snorfiets van de betrokkene feitelijk de constructiesnelheid van een bromfiets heeft, maakt niet dat voor hem de maximumsnelheid voor een bromfiets geldt. Bepalend is hoe het voertuig staat geregistreerd bij de RDW.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.361.606/01 |
|
CJIB-nummer |
: 262543311 |
|
Uitspraak d.d. |
: 30 juni 2026 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 26 september 2025, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 180,- voor: “18 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 november 2023 om 21.52 uur op de Holtummerweg in Susteren met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene ontkent niet dat met de gemeten snelheid is gereden, maar voert aan dat de snorfiets is opgevoerd en daardoor feitelijk een bromfiets betreft. Niet valt in te zien waarom niet de maximumsnelheid voor een bromfiets zou gelden. De gemachtigde maakt de vergelijking met het opvoeren van een bromfiets tot motor, in welk geval verweten kan worden zonder een motorrijbewijs te rijden. Niet valt in te zien dat dan niet ook de maximumsnelheid in die situatie niet die voor motoren zou zijn. De maximumsnelheid voor bromfietsen is niet overschreden, dus de gedraging kan niet worden vastgesteld.
3. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de vermelding dat met de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig is gemeten dat met het voertuig van de betrokkene een (gecorrigeerde) snelheid van 43 km per uur is gereden, terwijl de maximaal toegestane snelheid 25 km per uur was.
5. Dat de snorfiets van de betrokkene feitelijk de constructiesnelheid van een bromfiets heeft brengt niet mee dat een andere maximumsnelheid geldt. Bepalend is hoe het voertuig geregistreerd staat bij de RDW. De redenering van de gemachtigde miskent dat op basis van de registratie van het type voertuig niet alleen wordt bepaald welke maximumsnelheid van toepassing is, maar bijvoorbeeld ook de plaats op de weg en welke voertuigeisen gelden. Het kan ook verschil maken voor een verzekering. Als de betrokkene van mening is dat zijn snorfiets feitelijk een bromfiets betreft, dan kan hij zijn voertuig bij een RDW-keuringsstation aanbieden ter keuring. Het staat hem niet vrij naar eigen inzicht af te wijken van de regels die gelden voor een snorfiets.
6. Gelet op het voorgaande stelt het hof vast dat de gedraging is verricht. De beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd en het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.