Bestuursstrafrecht
Parkeren op een parkeergelegenheid met een ander doel dan op het (onder)bord is aangegeven. Het bord E5 duidt…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 juli 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:4793 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-4793
Zaakgegevens
Op 22 juli 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 22 juli 2026
- Datum publicatie
- 22 juli 2026
- Zaaknummer
- 200.362.729/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:4793
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Parkeren op een parkeergelegenheid met een ander doel dan op het (onder)bord is aangegeven. Het bord E5 duidt geen parkeerplaats voor taxi’s aan, maar een taxistandplaats. Een taxistandplaats is bedoeld voor het aanbieden van taxidiensten en niet als parkeerplaats voor taxi’s.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummers |
: Wahv 200.362.729/01 en Wahv 200.365.560/01 |
|
CJIB-nummers |
: 265515747 en 265452113 |
|
Uitspraak d.d. |
: 22 juli 2026 |
Arrest op de hoger beroepen inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Nederland van 6 november 2025 en 29 januari 2026, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
De beslissingen van de kantonrechter
De kantonrechter heeft de beroepen van de betrokkene tegen de beslissingen van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissingen vernietigd, de feitcodes en de omschrijving van de gedragingen gewijzigd in R397ea - “parkeren op een parkeergelegenheid, terwijl dat voertuig staat geparkeerd met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven” en de beroepen tegen de inleidende beschikkingen ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot bedragen van € 194,25 en € 80,-.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissingen van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend in de zaak met het registratienummer
Wahv 200.362.729/01. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen in de zaak met het registratienummer Wahv 200.365.560/01. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene zijn als kentekenhouder bij separate inleidende beschikkingen twee sancties opgelegd van elk € 120,- voor: “R397d - parkeren op parkeergelegenheid, terwijl voertuig niet tot aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde”. Deze gedragingen zouden zijn verricht op 27 maart 2024 om 14.21 uur op de Boumaboulevard en op 22 maart 2024 om 20.28 uur op het Kwinkenplein in Groningen met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2.
De kantonrechter heeft de inleidende beschikkingen gewijzigd, in zoverre dat de feitcodes zijn gewijzigd in R397ea en de omschrijving van de gedragingen is gewijzigd in “parkeren op een parkeergelegenheid, terwijl dat voertuig staat geparkeerd met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven”. In de beslissingen heeft de kantonrechter overwogen dat - blijkens de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht - het voertuig op de taxistandplaatsen was geparkeerd, terwijl geen chauffeur aanwezig was voor het wachten op passagiers c.q. verrichten van personenvervoer.
3. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter de feitcodes ten onrechte heeft gewijzigd. Hij voert daartoe aan dat in beide gevallen sprake is van een bord E5 als bedoeld in bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) dat een parkeerplaats voor taxi’s aanduidt. De betrokkene mocht zijn voertuig op deze locaties parkeren. De gedraging kan derhalve niet worden vastgesteld, aldus de gemachtigde.
4. De gedraging met feitcode R397ea betreft de overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder d, van het RVV 1990. In deze bepaling is - voor zover hier relevant - het volgende neergelegd:
“1. De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren: (…)
d. op een parkeergelegenheid:
1°. voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen;
2°. op een andere wijze of met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven”.
5. In beide zaken zijn foto’s gemaakt. Het voertuig van de betrokkene heeft blauwe kentekenplaten. Hieruit blijkt dat sprake is van een taxi. Voorts is op de foto’s zichtbaar dat het voertuig van de betrokkene zich bevindt op een plaats waarbij een bord E5 staat. De gemachtigde betwist ook niet dat de betrokkene zijn voertuig op de locaties heeft geparkeerd.
6. De stelling van de gemachtigde dat het bord E5 een parkeerplaats voor taxi’s aanduidt, is onjuist. Uit de omschrijving bij het bord E5 in voornoemde bijlage blijkt dat dit bord aangeeft dat sprake is van een taxistandplaats. Een taxistandplaats is bedoeld als plaats voor het aanbieden van taxidiensten en niet bedoeld als parkeerplaats voor taxi’s. Naar het oordeel van het hof kunnen de overwegingen van de kantonrechter diens beslissingen dragen en is de kantonrechter terecht tot wijziging van de feitcodes en de omschrijving van de gedragingen overgegaan.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissingen van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissingen van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.