Bestuursstrafrecht

Niet de rijbaan gebruiken. Aangezien de gemachtigde niet duidelijk heeft gemaakt wat hij met de door hem…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 juli 2026

Zaakgegevens

Op 28 juli 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
28 juli 2026
Datum publicatie
28 juli 2026
Zaaknummer
200.361.610/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:4902
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet de rijbaan gebruiken. Aangezien de gemachtigde niet duidelijk heeft gemaakt wat hij met de door hem aangevoerde grond bedoelt te betogen, bespreekt het hof deze grond verder niet.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.361.610/01

CJIB-nummer

: 260435282

Uitspraak d.d.

: 28 juli 2026

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 25 september 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 120,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 907,-.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 160,- voor: “rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 augustus 2023 om 15.43 uur op de Oranjenassaustraat-Bongerd in Heerlen met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 120,-, omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.

3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene erbij blijft dat er geen instemmingsverklaring is van het openbaar ministerie waardoor het sanctioneren door de boa’s van de gemeente onbevoegd is gebeurd.

4. De onder 1. vermelde gedraging betreft een overtreding van artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Uit de gegevens in het zaakoverzicht blijkt dat de gedraging geautomatiseerd is geconstateerd en op een digitale foto is vastgelegd door een camera. Er is dus sprake van digitale handhaving. De sanctie is blijkens de gegevens in het zaakoverzicht opgelegd door een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) van het domein Openbare ruimte.

5. De ten tijde van de gedraging geldende Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar bepaalde ten aanzien van de bevoegdheid van de boa Openbare ruimte in de bij deze Regeling behorende bijlage, voor zover hier van belang, het volgende:

“Digitaal handhaven is slechts mogelijk bij overtreding van het RVV en na instemming van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie.”

6. De advocaat-generaal heeft in de onderhavige zaak een instemmingsverklaring d.d. 15 juli 2025 bijgevoegd en een e-mail d.d. 28 augustus 2025 van een beleidsadviseur van het Parket CVOM met nadere informatie. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de digitale handhaving aan alle gestelde voorwaarden voldoet.

7. Uit voornoemde stukken kan worden opgemaakt dat door het Parket CVOM is ingestemd met het Plan van aanpak afsluiting Heerlen-centrum en Heerlenheide van 4 juni 2019. De door de advocaat-generaal nader ingebrachte informatie bevat een verklaring van een beleidsmedewerker van het Parket CVOM waaruit naar voren komt dat het Parket CVOM op 6 oktober 2020 akkoord heeft gegeven op het Plan van aanpak. Het is vervolgens aan de Driehoek voorgelegd en daar ook akkoord bevonden. Er is derhalve instemming verleend vóór de onderhavige gedraging. Dit brengt mee dat de ambtenaar bevoegd was om digitaal te handhaven op de onderhavige gedraging.

8. Verder heeft de gemachtigde nog verwezen naar een mailwisseling tussen de gemeente en het openbaar ministerie waarin is opgemerkt dat, indien niet aan beide zijden van de weg een bord is geplaatst, aan de linkerzijde van de weg een obstakel dient te worden geplaatst. Vervolgens somt de gemachtigde een lijst locaties op waar geen obstakel aan de linkerzijde van de doorgang zou zijn geplaatst, om te besluiten met het noemen van een locatie waar het naar zijn mening wel goed is gegaan. Aangezien die laatste locatie de locatie van de onderhavige gedraging betreft en de gemachtigde niet duidelijk heeft gemaakt wat hij met deze grond bedoelt te betogen, zal het hof deze grond verder niet bespreken.

9. Het bezwaar dat de ambtenaar niet bevoegd was om de sanctie op te leggen, treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten bestaat er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Orriëns-Schipper, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.