Bestuursstrafrecht
Roodlichtgedraging. De lange duur van de roodtijd geeft in dit geval geen aanleiding om te veronderstellen…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 september 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:5929 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-5929
Zaakgegevens
Op 15 september 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 15 september 2026
- Datum publicatie
- 15 september 2026
- Zaaknummer
- 200.363.313/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:5929
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Roodlichtgedraging. De lange duur van de roodtijd geeft in dit geval geen aanleiding om te veronderstellen dat het verkeerslicht niet naar behoren werkte.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.363.313/01 |
|
CJIB-nummer |
: 265610770 |
|
Uitspraak d.d. |
: 15 september 2026 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Oost-Brabant van 23 oktober 2025, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 300,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 april 2024 om 10.58 uur op de locatie Oostende kruising Kanaaldijk Noord-Oost in Helmond met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat uit de beslissing van kantonrechter blijkt dat aannemelijk is geworden dat het verkeerslicht niet naar behoren werkte, het verkeerslicht daarnaast wel groen licht uitstraalde en de betrokkene zich derhalve verplaatste naar de rechts van hem gelegen rijstrook, maar dat de kantonrechter daaraan ten onrechte geen rechtsgevolg heeft verbonden.
3. De gemachtigde stelt ten onrechte dat de kantonrechter heeft bevestigd dat het verkeerslicht niet naar behoren werkte en dat het de betrokkene daarom niet kan worden verweten dat hij is doorgereden terwijl het verkeerslicht rood licht uitstraalde.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s vastgelegd.
Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 99,9 seconden.
Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden. (…)
De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal.”
5. In het dossier bevinden zich foto’s van de gedraging. Op de foto’s is het voertuig met voormeld kenteken te zien. Ter linkerzijde van de rijbaan bevindt zich een rood uitstralend verkeerslicht. Het hof stelt vast dat op beide foto’s dit verkeerslicht rood licht uitstraalt. Het voertuig van de betrokkene bevindt zich op de eerste foto net voor de stopstreep. Op de tweede foto bevindt het voertuig zich enkele meters verder en is het voertuig de stopstreep gepasseerd. Na het passeren van de stopstreep en het verkeerslicht heeft het voertuig zich enigszins naar rechts verplaatst, maar bevindt het zich nog steeds grotendeels op dezelfde rijstrook bestemd voor links afslaand verkeer.
6. Het is het hof ambtshalve bekend dat de radardetectie wordt geactiveerd wanneer met een voertuig de stopstreep wordt gepasseerd bij een rood uitstralend verkeerslicht.
7. Uit de gegevens in de databalk onder de foto’s blijkt dat met het voertuig van de betrokkene de stopstreep met een snelheid van 31 kilometer per uur is gepasseerd. Uit deze gegevens blijkt verder dat de roodtijd 966,4 seconden bij de eerste foto en 967,6 seconden bij de tweede foto bedroeg.
8. De kantonrechter heeft met betrekking tot de in rechtsoverweging 7. vermelde roodtijden overwogen dat die tijden uitzonderlijk lang zijn (ruim een kwartier), maar geen aanleiding geven om te twijfelen dat de gedraging is begaan. Voorts heeft de kantonrechter overwogen dat uit eerdere navraag bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) blijkt dat in het zaakoverzicht geen hoger aantal seconden dan 99,9 seconden kan worden gegenereerd. Om die reden is er bij het CJIB de afspraak dat als de roodtijd langer is dan 99,9 seconden in het zaakoverzicht 99,9 seconden wordt opgenomen (vgl. het arrest van het hof van 3 oktober 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8441).
9. In het verweerschrift heeft de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal het volgende naar voren gebracht:
“Uit navraag bij (…), medewerker binnen het team Verkeershandhavingsmiddelen, parket CVOM, is mij het volgende gebleken. Er is navraag gedaan bij de wegbeheerder of de verkeersregelingsinstallatie (VRI) goed werkte op het moment van de overtreding. De wegbeheerder heeft in de logging gegevens gekeken en hier is niets bijzonders te zien. Deze VRI werkt voertuigafhankelijk, dus aanvraag op detectie waardoor het langer kan duren voordat hij van rood naar groen gaat. De leverancier heeft aangegeven dat er geen data / logging meer beschikbaar is waarmee eventueel een nadere analyse uitgevoerd zou kunnen worden. Op deze locatie is vaker een lange roodtijd te zien. Mogelijk komt dit door een openstaande brug en het verkeerslicht op de volgende kruising.
Daarnaast heeft (…), productmanager binnen het team Verkeershandhavingsmiddelen, parket CVOM, aangevuld dat het fotomoment op de eerste foto nog wel eens kan verschillen om verschillende redenen, zoals bij lange voertuigen of de stopstreep en/of verkeerslicht ligt niet altijd even gunstig ten opzichte van het radar en foto bereik van de flitspaal.”
10. Gelet op het vorenstaande geeft de lange duur van de roodtijd in dit geval geen aanleiding om te veronderstellen dat het verkeerslicht niet naar behoren werkte. Uit de foto’s blijkt veeleer dat de betrokkene na het passeren van het rood uitstralende verkeerslicht, in plaats van zijn rijstrook te volgen en linksaf te slaan, zich naar de rechts van hem gelegen rijstrook heeft verplaatst en rechtdoor is gereden. Voor zover dat het geval is geweest, doet dat er niet aan af dat hij het rode licht voor de door hem bereden rijstrook heeft genegeerd. Het hof ziet geen aanleiding voor matiging van het sanctiebedrag. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.