Burgerlijk procesrecht
Wrakingsverzoek gericht tegen alle raadsheren van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waaronder kennelijk ook…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 oktober 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:7894 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 13 oktober 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/wraking/ecli-nl-gharl-2015-7894
Zaakgegevens
Op 13 oktober 2015 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2015
- Datum publicatie
- 20 oktober 2015
- Zaaknummer
- 200.170.778/02
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.F.M. Struycken
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2015:7894
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek gericht tegen alle raadsheren van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waaronder kennelijk ook de raadsheren die de zaak zullen behandelen, niet-ontvankelijk. Door verzoekers tot wraking zijn geen concrete wrakingsgronden aangevoerd.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
Wrakingskamer
zaaknummer gerechtshof 200.170.778/02
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/153133 / JE RK 14-834)
beslissing van 13 oktober 2015
Op het schriftelijke verzoek van:
[verzoekers],
beiden wonende te [A] (Duitsland),
verzoekers tot wraking,
hierna te noemen: [verzoekers] ,
advocaat: mr. H.F.M. Struycken, kantoorhoudend te Amsterdam.
dat strekt tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:
het Gerechtshof Leeuwarden (het hof leest: alle raadsheren van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden).
1 Het verloop van de procedure
Bij de afdeling civiel van het hof is een procedure aanhangig tussen [verzoekers] als appellanten en Jeugdbescherming Noord als geïntimeerde.
De mondelinge behandeling in deze zaak is bepaald op 8 oktober 2015 om 11.15 uur en zou gehouden worden voor de vijfde kamer van het hof, bestaande uit mr. J.G. Idsardi, mr. A.W. Beversluis en mr. A.W. Jongbloed.
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling is op 7 oktober 2015 een schrijven van mr. Struycken binnengekomen, waaruit - samengevat - blijkt dat [verzoekers] het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wraken en verzoeken de beoordeling van het verzoek tot wraking over te laten aan het Gerechtshof Amsterdam.
De behandelende raadsheren hebben niet in de wraking berust.
2 De beoordeling van het verzoek
De wrakingskamer ziet in hetgeen [verzoekers] hebben aangevoerd geen aanleiding de beoordeling van het wrakingsverzoek over te dragen aan het Gerechtshof Amsterdam, nu de wrakingsprocedure binnen het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden met voldoende waarborgen is omkleed.
Uit het verzoek van [verzoekers] leidt de wrakingskamer af dat zij alle raadsheren van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wraken (waaronder kennelijk ook de raadsheren zijn begrepen die de zaak onder zaaknummer 200.170.778/01 zullen behandelen), omdat het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zozeer betrokken is geweest bij eerdere zaken van [verzoekers] dat niet meer kan worden verwacht dat er sprake is van onafhankelijke en eerlijke rechtspraak.
Omdat de wet niet voorziet in een door een partij gedaan verzoek tot wraking van een rechter die geen bemoeienis heeft met de behandeling van de zaak, dienen [verzoekers] reeds op grond daarvan in hun verzoek om alle raadsheren van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden te wraken, niet-ontvankelijk te worden verklaard. Voor zover het verzoek van [verzoekers] zich eveneens richt tegen de raadsheren van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die de zaak onder zaaknummer 200.170.778/01 zullen behandelen, dienen [verzoekers] ook in dit verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard. De eerste te beantwoorden vraag is of een concrete aangevoerde wrakingsgrond een raadsheer betreft die bij indiening van het verzoek de zaak behandelt. Daarvan is in dit geval geen sprake. [verzoekers] hebben niet concreet aangegeven waarom de raadsheren, betrokken bij de behandeling van de zaak en bij de nog te nemen beslissing, niet onpartijdig of niet onafhankelijk zullen zijn. De wrakingskamer stelt vast dat [verzoekers] het verzoek met betrekking tot deze raadsheren niet hebben gemotiveerd.
Gelet op het vorenstaande zullen [verzoekers] in het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
3 De beslissing
Het hof (de wrakingskamer):
verklaart [verzoekers] niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.W. Zandbergen, mr. W.P.M. ter Berg en mr. J.J. Beswerda, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2015.