Civiel recht overig
Krakersontruiming, ontbreken spoedeisend belang, vermoeden beschermde diersoorten, uitvoerbaarheid…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 juni 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:5851 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep-kort-geding/ecli-nl-gharl-2021-5851
Zaakgegevens
Op 15 juni 2021 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 15 juni 2021
- Datum publicatie
- 15 juni 2021
- Zaaknummer
- 200.295.508
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroep kort gedingHoger beroep kort gedingHet gerechtshof beoordeelt opnieuw een spoedzaak waarin de voorzieningenrechter al een voorlopig oordeel gaf.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. G. Beekman.
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2021:5851
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Krakersontruiming, ontbreken spoedeisend belang, vermoeden beschermde diersoorten, uitvoerbaarheid planontwikkeling op korte termijn te onzeker.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.295.508
(zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo 265302)
arrest in kort geding van 15 juni 2021
in de zaak van
1
1. [appellant1] ,
2. [appellant2] ,
3. [appellant3] ,
4. [appellant4] ,
5. [appellant5] ,
allen wonende te [A] ,
appellanten in het principaal hoger beroep,
geïntimeerden in het (voorwaardelijk) incidenteel appel,
in eerste aanleg: gedaagden in conventie, appellant sub 3 tevens eiser in voorwaardelijke reconventie,
hierna: appellanten,
advocaten: mrs. M.A.R. Schuckink Kool, mr. J. van Lunen en mr. J. Rutteman,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Eerste Twentsche Elementenfabriek Etef Journee B.V.,
gevestigd te Hengelo,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het (voorwaardelijk) incidenteel appel,
in eerste aanleg: eiseres, verweerster in voorwaardelijke reconventie,
hierna: Etef,
advocaat: mr. G. Beekman.
1 De procedure bij de voorzieningenrechter
Voor de procedure bij de voorzieningenrechter verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 3 juni 2021 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo heeft gewezen.
2 De procedure bij het hof
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 9 juni 2021 met grieven en producties;
- de memorie van antwoord, tevens houdende (voorwaardelijk) incidenteel appel, met producties;
- de pleidooien overeenkomstig de pleitnotities gehouden tijdens de mondelinge behandeling op 14 juni 2021.
De voorzieningenrechter heeft in het vonnis van 3 juni 2021, voor zover van belang, appellanten en zij die verblijven in de hierna te noemen onroerende zaken of gedeelten daarvan veroordeeld om binnen drie dagen na betekening van het vonnis de onroerende zaken aan de [a-straat] 13, 15, 17, 19, 21, 23, 25, 33, 35 en de [b-straat] 4 te [A] met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden, te ontruimen en leeg en in behoorlijke staat ter vrije beschikking van Etef te stellen en vervolgens verlaten en ontruimd te houden. Het vonnis van de voorzieningenrechter is betekend. De ontruiming staat gepland op 16 juni 2021 om 10.30 uur.
In verband met de spoedeisendheid van het hoger beroep is de beslissing heden gegeven en is aan partijen medegedeeld dat de motivering later zal volgen. Het hof zal op 29 juni 2021 de motivering aan partijen bekend maken.
3 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep in kort geding:
in principaal hoger beroep
vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter te Almelo van 3 juni 2021 en doet opnieuw recht:
wijst de vorderingen Etef in conventie af;
veroordeelt Etef in reconventie tot het geven van toestemming tot het door Vitens laten aanleggen van een wateraansluiting op het adres [a-straat] 23 te [A] op kosten van [appellant3] en het uitvoeren van de daarvoor benodigde infrastructurele werkzaamheden als omschreven in de door [appellant3] in het geding gebrachte brief van Vitens aan [appellant3] van 12 maart 2021 onder een dwangsom van € 20.000,- indien Etef niet binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de gevorderde toestemming verleent;
in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep:
wijst de vordering van Etef af;
in principaal en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep
veroordeelt Etef in de proceskosten in beide instanties, aan de zijde van appellanten in eerste aanleg begroot op € 656,- aan salaris advocaat en op € 309,- aan griffierecht en in hoger beroep begroot op € 3.342,- aan salaris advocaat (3 punten x tarief II), op € 338,- aan griffierecht en op € 103,83 aan explootkosten.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.C.P. Giesen, W.C. Haasnoot en K. Mans en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2021.