Civiel recht overig
Spoedappel omgang. Overeenstemming.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 november 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:7039 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19 november 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep-kort-geding/ecli-nl-gharl-2024-7039
Zaakgegevens
Op 19 november 2024 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 19 november 2024
- Datum publicatie
- 19 november 2024
- Zaaknummer
- 200.344.614
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroep kort gedingHoger beroep kort gedingHet gerechtshof beoordeelt opnieuw een spoedzaak waarin de voorzieningenrechter al een voorlopig oordeel gaf.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. I Mercanoglu, mr. R.W. Hoevers
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2024:7039
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Spoedappel omgang. Overeenstemming.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.344.614
zaaknummer rechtbank Overijssel 317779
arrest in kort geding van 19 november 2024
in de zaak van
[verzoekster] ,
die woont in [woonplaats1] ,
die hoger beroep heeft ingesteld,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. I. Mercanoglu,
tegen
[verweerder] ,
die woont in [woonplaats1] ,
en bij de rechtbank optrad als eiser in conventie en gedaagde in reconventie,
hierna: de vader,
advocaat: mr. R.W. Hoevers.
1 Het verloop van de procedure in hoger beroep
De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, op 29 juli 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Dit vonnis wordt hierna het bestreden vonnis genoemd.
Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:
-
de dagvaarding in hoger beroep, tevens memorie van grieven;
-
de memorie van antwoord en
-
een journaalbericht van mr. Mercanoglu van 11 oktober 2024, met producties.
Op 17 oktober 2024 heeft een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden.
Aanwezig waren:
-
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
-
de vader, bijgestaan door zijn advocaat, en
-
een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad).
Zoals afgesproken heeft het hof na de mondelinge behandeling nog een journaalbericht van mr. Mercanoglu ontvangen van 19 oktober 2024 met een productie, en een journaalbericht van mr. Hoevers van 29 oktober 2024. Hierna hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen.
2 De kern van de zaak
Het gaat in deze zaak over de vraag of de in het bestreden vonnis, op straffe van een dwangsom, vastgelegde voorlopige zorgregeling moet worden gehandhaafd.
In de voorlopige zorgregeling is vastgelegd dat de zoon van partijen, [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ), geboren [in] 2013 in [woonplaats1] en de vader – kort gezegd – twee keer per week bij de vader thuis twee uur contact hebben. De moeder heeft het hof, in hoger beroep, gevraagd om het bestreden vonnis te vernietigen, en de vorderingen van de vader alsnog af te wijzen. De vader vindt dat het vonnis moet worden bekrachtigd en dat de moeder niet-ontvankelijk is, althans dat haar grieven falen. Beide ouders vragen een proceskostenveroordeling.
De moeder heeft de vordering tot schorsing van de werking van het vonnis ingetrokken.
3 Het oordeel van het hof
Spoedeisend belang
Het hof stelt voorop dat bij beantwoording van de vraag of een in kort geding gevraagde voorziening in hoger beroep voor toewijzing in aanmerking komt, mede dient te worden beoordeeld, zo nodig ambtshalve, of de eisende partij – in dit geval de moeder – ten tijde van het arrest van het hof bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Dit geldt zowel bij toewijzing als bij weigering van de voorziening in eerste aanleg door de voorzieningenrechter.
Het hof oordeelt dat de moeder spoedeisend belang heeft bij de door haar gevorderde voorziening, omdat het in deze zaak gaat over de veiligheid van het contact dat [de minderjarige] momenteel heeft met de vader.
De zorgregeling
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen afgesproken dat de vader en [de minderjarige] (voorlopig) onder begeleiding contact kunnen en zullen hebben met elkaar, indien mr. Mercanoglu een instantie vindt die het contact op korte termijn kan begeleiden. Op 15 november 2024 vindt de mondelinge behandeling van het onderliggende verzoek (zorgregeling) in de bodemzaak plaats bij de rechtbank, en de rechtbank heeft de raad verzocht onderzoek te doen. De definitieve beslissing zal in de plaats komen van de beslissing die het hof vandaag geeft.
Bij journaalbericht van 19 oktober 2024 heeft mr. Mercanoglu het hof bericht dat [naam1] de omgangsbegeleiding per direct kan oppakken en een bevestiging daarvan van [naam1] meegestuurd. Mr. Hoevers heeft het hof bij journaalbericht van 29 oktober 2024 bericht in te stemmen met het direct starten van begeleide omgang door [naam1] .
Het hof leidt hieruit af dat partijen hun vorderingen in hoger beroep dienovereenkomstig hebben gewijzigd.
Het hof zal een voorlopige zorgregeling onder begeleiding van [naam1] vastleggen, van vier uur (desgewenst twee maal twee uur, zoals nu het geval is) per week.
Proceskosten
Het hof zal, omdat de ouders hun geschil in onderling overleg hebben opgelost, de kosten tussen de ouders compenseren. Dat betekent dat beide ouders de eigen kosten moeten dragen.
4 De beslissing
Het hof:
vernietigt het vonnis in kort geding van 29 juli 2024 van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, voor zover het de daarbij vastgestelde voorlopige zorgregeling betreft en, opnieuw rechtdoende:
bepaalt als voorlopige zorgregeling dat de vader contact heeft met [de minderjarige] , geboren [in] 2013 in [woonplaats1] , gedurende vier uren per week onder begeleiding van [naam1] ;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. E. de Boer, J.B. de Groot en K. Hermsen, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 november 2024.