Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Wraking · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 mei 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:3105 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-gharl-2025-3105
Zaakgegevens
Op 19 mei 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 19 mei 2025
- Datum publicatie
- 21 mei 2025
- Zaaknummer
- 200.353.567
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2025:3105
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wraking.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
wrakingskamer
zaaknummer gerechtshof W200.353.567/01
beslissing van 19 mei 2025
op het verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in het wrakingsincident
hierna: de verzoeker,
dat strekt tot wraking ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
mrs. E. de Witt, voorzitter, J.J. Beswerda en O. Anjewierden,
raadsheren in dit hof, locatie Leeuwarden.
1 Het verloop van de procedure
Bij de afdeling strafrecht van het hof is onder parketnummer 21-001399-24 een procedure aanhangig waarin de verzoeker verdachte is.
Op 14 april 2025 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden voor de (economische) meervoudige strafkamer van dit hof. Op de strafzitting waren aanwezig de verzoeker en de advocaat-generaal. De verzoeker heeft tijdens de strafzitting mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden gewraakt. De voorzitter heeft hierop de behandeling van de zaak geschorst. Het van deze mondelinge behandeling opgemaakte proces-verbaal bevindt zich bij de stukken.
Mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden hebben niet in de wraking berust. Bij verweerschrift van 29 april 2025 heeft mr. De Witt (mede namens mrs. Beswerda en Anjewierden) op het wrakingsverzoek gereageerd. Zij hebben verder aangegeven geen gebruik te willen maken van de gelegenheid om gehoord te worden.
Bij brief van 2 april 2025 heeft de verzoeker medegedeeld dat zijn wrakingsverzoek voorwaardelijk is, in die zin dat als de door de verzoeker in zijn pleitnota geformuleerde bezwaren alsnog worden aangemerkt als een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 262 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), het verzoek tot wraking als ingetrokken kan worden beschouwd. De verzoeker heeft in deze brief verder aangegeven geen gebruik te willen maken van de gelegenheid om gehoord te worden.
Het wrakingsverzoek is ter zitting van 8 mei 2025 behandeld door de wrakingskamer. Verzoeker en mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden zijn bij deze behandeling, zoals aangekondigd, niet verschenen. Ook de advocaat-generaal is niet verschenen.
2 De beoordeling van het verzoek
De ontvankelijkheid van het verzoek
De wrakingskamer acht het verzoek tijdig ingediend en acht de verzoeker ook overigens ontvankelijk.
Het standpunt van verweerders
Mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden hebben geconcludeerd tot afwijzing van het wrakingsverzoek.
De inhoudelijke beoordeling van het verzoek
Uit voornoemde brief van 2 april 2025 begrijpt de wrakingskamer dat het verzoek uitsluitend ziet op de situatie dat het hof de bezwaren van de verzoeker zoals beschreven in de overgelegde pleitnota niet, of niet tijdig, aanmerkt als een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 262 Sr. Nu op dat verzoek (nog) niet is beslist - en de feiten of omstandigheden waarop de wrakingsgrond berust, zich dus ook (nog) niet hebben voorgedaan - kan het wrakingsverzoek niet slagen.
De conclusie uit het voorgaande is dat het wrakingsverzoek wordt afgewezen.
3
3. De beslissing
Het gerechtshof (wrakingskamer):
wijst het verzoek tot wraking van mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden af.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J. Hielkema, R.E. Weening en M.A.F. Veenstra, leden van de wrakingskamer, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2025.