Civiel recht overig
Wrakingsverzoek een jaar na arrest hof ingediend: niet-ontvankelijk
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 mei 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:8760 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-gharl-2025-8760
Zaakgegevens
Op 22 mei 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 22 mei 2025
- Datum publicatie
- 24 april 2026
- Zaaknummer
- W200.354.640/02
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2025:8760
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek een jaar na arrest hof ingediend: niet-ontvankelijk
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
wrakingskamer
zaaknummer gerechtshof 200.334.640/02
beslissing van 2 juli 2025
op het (schriftelijke) verzoek van:
[naam] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in het wrakingsincident
hierna: verzoeker,
dat strekt tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:
mrs. O.E. Mulder, H. de Hek en M.A.F. Veenstra,
raadsheren in dit hof, locatie Leeuwarden.
1 Het verloop van de procedure
Bij de afdeling civiel recht van het hof is onder zaaknummer 200.334.640/01 een procedure aanhangig geweest tussen verzoeker en [naam 1] en belanghebbende [naam 2] (vereffenaar).
Verzoeker heeft bij verzoekschrift van 4 juni 2025, ingekomen ter griffie van de rechtbank Noord-Nederland op 4 juni 2025 en, na doorzending daarvan, ter griffie van het hof op 5 juni 2025, een schriftelijk verzoek gedaan dat strekt tot wraking van bovengenoemde raadsheren.
2 De beoordeling van het verzoek
De ontvankelijkheid van het verzoek
De wrakingskamer stelt het volgende voorop. Een verzoek tot wraking kan in beginsel in elke stand van de procedure worden gedaan, maar moet worden ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd. Nadat de einduitspraak is gedaan, is de zaak immers niet meer bij de rechter in behandeling. Een na een einduitspraak gedaan verzoek tot wraking dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Op 5 juni 2024 heeft de civiele kamer van het hof het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 15 augustus 2023 behandeld. Ter zitting zijn afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in het proces-verbaal van de zitting. Partijen hebben de afspraken bevestigd door hun handtekening te zetten. Gelet op het gemaakte compromis heeft verzoeker ter zitting van 5 juni 2024 het hoger beroep ingetrokken.
Vervolgens is door verzoeker bijna een jaar later, bij verzoekschrift van 4 juni 2025 om wraking verzocht van de leden van de civiele kamer. Op dat moment was de behandeling van de door verzoeker aanhangig gemaakte procedure echter reeds door de intrekking van het hoger beroep geëindigd. De wrakingskamer stelt dit gelijk aan de situatie waarin de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, nu de zaak niet meer bij een rechter in behandeling is. Het verzoek is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, dan ook niet tijdig ingediend.
Reeds op grond van het vorenstaande is de wrakingskamer van oordeel dat verzoeker niet kan worden ontvangen in zijn verzoek tot wraking. Gelet hierop komt de wrakingskamer niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek. Een mondelinge behandeling kan daarom achterwege blijven.
De beslissing
Het gerechtshof (wrakingskamer):
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.H. Kuiper, L.G. Wijma en L. van Dijk, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. Wijmenga, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2025. Deze beslissing is ondertekend door de voorzitter en de griffier.