Ondernemingsrecht

1:385 lid 1 onder d BW. Hof bekrachtigt beschikking kantonrechter waarin ouders zijn ontslagen als curatoren…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 13 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
13 oktober 2026
Datum publicatie
12 oktober 2026
Zaaknummer
200.361.325
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. W. Vahl, mr. W.L.M. Fleuren
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:6536
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

1:385 lid 1 onder d BW. Hof bekrachtigt beschikking kantonrechter waarin ouders zijn ontslagen als curatoren en een onafhankelijke, professionele curator is benoemd. Gewichtige reden voor ontslag is gelegen in verstoorde en onwerkbare verhouding tussen ouders.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.361.325

(zaaknummer rechtbank Gelderland 11601051)

beschikking van 13 oktober 2026

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. W. Vahl,

en

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats2] ,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. W.L.M. Fleuren,

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

[belanghebbende1] ,

wonende te [woonplaats1] ,

verder te noemen: [belanghebbende1] ,

en

[belanghebbende2] ,

wonende te [woonplaats2] ,

verder te noemen: [belanghebbende2] ,

en

[belanghebbende3] ,

wonende te [woonplaats3] ,

verder te noemen: [belanghebbende3] ,

en

[belanghebbende4] ,

wonende te [woonplaats2] ,

verder te noemen: [belanghebbende4] ,

en

[belanghebbende5] ,

wonende te [woonplaats2] ,

verder te noemen: [belanghebbende5] ,

en

[belanghebbende6] ,

gevestigd te [woonplaats4] ,

verder te noemen: voormalig curator,

en

De Regt Bewind B.V.

gevestigd te Apeldoorn,

verder te noemen: de opvolgend curator.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, sector kanton, zittingsplaats Zutphen) van 6 augustus 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. Het hof zal deze beschikking verder ook de bestreden beschikking noemen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het beroepschrift met producties, ingekomen op 6 november 2025;

  • het verweerschrift van de moeder met producties;

  • een journaalbericht namens de vader van 9 januari 2026 met een productie;

  • een brief van [belanghebbende4] van 9 januari 2026;

  • een brief van [belanghebbende5] van 10 januari 2026;

  • een journaalbericht namens de vader van 23 september 2026 met producties.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 20 januari 2026 plaatsgevonden. Aanwezig waren:

  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat,

  • [belanghebbende2] , [belanghebbende3] , [belanghebbende5] en [belanghebbende4] ,

  • een vertegenwoordiger van de opvolgend curator.

Tijdens deze mondelinge behandeling is besloten de behandeling aan te houden teneinde de vader in de gelegenheid te stellen (ook) in hoger beroep te komen van na te noemen beschikking van 10 december 2025 van de kantonrechter, waarbij de voormalig curator is vervangen.

2.3

Op 29 september 2026 is de mondelinge behandeling voortgezet. Tijdens deze mondelinge behandeling werd ook het verzoek in hoger beroep met zaaknummer 200.366.096 behandeld (tegen de hiervoor genoemde beschikking van 10 december 2025 van de kantonrechter). Aanwezig waren:

  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat,

  • [belanghebbende2] en [belanghebbende3] ,

  • twee vertegenwoordigers van de opvolgend curator.

3 De feiten

3.1

[belanghebbende1] is geboren [in] 1995. Zij is de dochter van de vader en de moeder en de zus van [belanghebbende2] , [belanghebbende3] , [belanghebbende5] en [belanghebbende4] .

3.2

Bij beschikking van 6 juni 2014 heeft de kantonrechter [belanghebbende1] onder curatele gesteld wegens lichamelijke of geestelijke toestand en de vader en de moeder benoemd tot curatoren.

3.3

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 18 maart 2025, heeft de moeder verzocht om de vader als curator te ontslaan.

3.4

Bij beschikking van 10 december 2025 heeft de kantonrechter de voormalig curator op zijn verzoek met ingang van 1 januari 2026 ontslag verleend als curator en de opvolgend curator tot curator benoemd.

4 De omvang van het geschil

4.1

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter de vader en de moeder met ingang van 1 september 2025 ontslagen als curatoren van [belanghebbende1] . Met ingang van diezelfde datum is de voormalig curator benoemd als opvolgend curator.

4.2

De vader is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en te bepalen dat de vader voortaan alleen (het hof begrijpt:) de curatele over [belanghebbende1] zal uitvoeren, met ontslag van de voormalig curator als curator.

4.3

De moeder voert verweer. De moeder vraagt het hof om de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek dan wel dit verzoek af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5 De motivering van de beslissing

Wat staat er in de wet?

5.1

Op grond van artikel 1:385 lid 1 onder d van het Burgerlijk Wetboek kan de curator te allen tijde wegens gewichtige redenen worden ontslag

De mening van [belanghebbende1]

5.2

[belanghebbende1] is tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep niet verschenen. Volgens de ‘Aanbevelingen Meerderjarigenbewind, Curatele en Mentorschap’ zoals vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton & Toezicht is het uitgangspunt dat verzoekers, betrokkenen en belanghebbenden worden gehoord.

5.3

[belanghebbende1] is ernstig verstandelijk beperkt, is autistisch, heeft epilepsie en kan niet praten. [belanghebbende1] functioneert ongeveer op het verstandelijk niveau van een kind van anderhalf jaar. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat [belanghebbende1] niet in staat kan worden geacht om de gevolgen van deze procedure te overzien. De belanghebbenden hebben dit ook aangegeven. Daarmee heeft de kantonrechter op goede gronden nagelaten om [belanghebbende1] te horen over het verzoek. Ook in hoger beroep heeft het hof beslist om niet met [belanghebbende1] te spreken.

Hoe oordeelt het hof?

5.4

De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking overwogen dat de communicatie tussen de vader en de moeder, die gezamenlijk curator waren, sinds enige tijd zeer moeizaam verloopt. Dit wordt onder meer veroorzaakt door de kritische houding van de vader richting de zorginstelling waar [belanghebbende1] verblijft, waardoor grote spanningen ontstaan. Daarnaast geeft de vader de moeder geen inzicht in de financiën van [belanghebbende1] meer. Inmiddels, zo overweegt de kantonrechter verder, heeft de moeder het contact met de zorginstelling van de vader overgenomen, maar is de kritische houding van de vader niet veranderd. Er is nog een mediationtraject opgestart, maar dat traject is niet met succes afgerond. De kantonrechter verwacht - mede daarom - ook niet dat de samenwerking tussen de vader en de moeder en tussen de vader en de zorginstelling op korte termijn zal verbeteren. De kantonrechter heeft vervolgens geoordeeld dat de genoemde omstandigheden maken dat de vader en de moeder moeten worden ontslagen als curator en dat er een onafhankelijke, professionele curator voor [belanghebbende1] moet worden benoemd.

5.5

Het hof is net als de kantonrechter van oordeel dat in plaats van de ouders een professionele curator voor [belanghebbende1] moet worden benoemd en zal deze beslissing hierna uitleggen.

5.6

Net als de kantonrechter is het hof van oordeel dat sprake is van gewichtige redenen om de beide ouders als curator van [belanghebbende1] te ontslaan. Uit de stukken blijkt dat sprake is van een volstrekt verstoorde en onwerkbare verhouding tussen de vader en de moeder. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof is dit beeld niet alleen bevestigd, maar zelfs versterkt. Na het ontslag van de ouders als curatoren is de onrust voor [belanghebbende1] bovendien niet weggenomen, maar alleen maar versterkt. Gevolg is dat op zeer korte termijn moet worden gezocht naar een nieuwe woonplek voor [belanghebbende1] , omdat de zorgovereenkomst per 1 januari 2027 door de zorginstelling is beëindigd. Onweersproken en bevestigd door de curator is dat de enige oorzaak daarvan de aanhoudende onrust tussen alle belanghebbende rondom [belanghebbende1] is. Dit zal een grote weerslag zal hebben op [belanghebbende1] .

De vader verzoekt om hem alleen, dus zonder de moeder, te benoemen als curator voor [belanghebbende1] . Het hof oordeelt dit nadrukkelijk niet in het belang van [belanghebbende1] , gelet op de verstoorde verhouding en communicatie tussen de ouders onderling en tussen de vader en de zorginstelling. Daarbij komt dat bij de beëindiging van de zorgovereenkomst en het vinden van een nieuwe zorginstelling intensief contact nodig is met de zorginstelling. Daarvoor is goed overleg en een constructieve samenwerking van groot belang. Inmiddels heeft de vader al anderhalf jaar geen contact met de zorginstelling waar [belanghebbende1] verblijft en is samenwerking of zelfs overleg blijkens de omstandigheden die tot het ontslag van de vader aanleiding geven niet mogelijk gebleken. Net als de kantonrechter ziet het hof hierin een gewichtige reden om de vader te ontslaan als curator van [belanghebbende1] . Het hof zal de vader dus niet weer benoemen tot curator.

6 De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, sector kanton, zittingsplaats Zutphen) van 6 augustus 2025.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, R. Feunekes en H. Phaff, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 13 oktober 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.