Strafprocesrecht
Snelheidsoverschrijding. De sanctie is opgelegd voor overtreding van een gedragsregel. De maximum snelheid…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 december 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:10404 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2023-10404
Zaakgegevens
Op 6 december 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 6 december 2023
- Datum publicatie
- 6 december 2023
- Zaaknummer
- Wahv 200.327.404/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:10404
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Snelheidsoverschrijding. De sanctie is opgelegd voor overtreding van een gedragsregel. De maximum snelheid ter plaatse gold echter niet op basis van een gedragsregel, maar op basis van een bord A1. Het hof gaat niet over tot wijziging van de feitcode. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.327.404/01 |
|
CJIB-nummer |
: 237528539 |
|
Uitspraak d.d. |
: 6 december 2023 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank ZeelandWest-Brabant van 22 maart 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 22 november 2023. De gemachtigde van de betrokkene is, zoals op voorhand is aangekondigd, niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als bestuurder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 235,- voor: “24 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom (feitcode VF024)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 november 2020 om 08.26 uur op de Veldweg in Rijswijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de sanctie is opgelegd voor overtreding van een gedragsregel, namelijk dat buiten de bebouwde kom een maximumsnelheid van 80 km per uur geldt (artikel 21 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)). Deze gedragsregel heeft de betrokkene niet, of nauwelijks, overschreden. Als op de pleeglocatie daadwerkelijk een maximumsnelheid van 60 km per uur geldt, dan kan het niet anders dan dat dit moet zijn aangegeven door middel van een bord A1. Afgezien van de vraag of kan worden vastgesteld dat in dat geval de borden A1 deugdelijk zijn geplaatst, is wijziging van de feitcode in dit stadium van de procedure niet meer opportuun. De betrokkene zou namelijk in zijn verdedigingsbelang worden geschaad als hij drie jaar na datum van de gedraging nog wordt geconfronteerd met een ander verwijt. Bovendien had de kantonrechter, of de officier van justitie de feitcode behoren te wijzigen. De gemachtigde stelt zich dan ook op het standpunt dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.
3. Het hof is van oordeel dat op basis van de stukken in het dossier genoegzaam kan worden vastgesteld dat ter plaatse door middel van het bord A1 stond aangegeven dat ten tijde van de gedraging een maximumsnelheid van 60 km per uur gold.
4. Dit maakt echter niet dat de gedraging met feitcode VF024 is verricht. Deze gedraging betreft namelijk de overtreding van artikel 21, aanhef en onder a van het RVV 1990 dat bepaalt, voor zover hier van belang, dat buiten de bebouwde kom voor motorvoertuigen op een andere weg dan een auto(snel)weg een maximumsnelheid van 80 km per uur geldt. Nu de overschreden maximumsnelheid ter plaatse van 60 km per uur niet op basis van voornoemd voorschrift gold, maar op basis van bebording A1, is er sprake van een overtreding van artikel 62 jo. bord A1 van het RVV 1990, inhoudende de verplichting voor weggebruikers om gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.
5. Op zichzelf kan worden vastgesteld dat de gedraging met feitcode VG024 is verricht. De advocaat-generaal heeft geen gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid tot wijziging van de inleidende beschikking hangende de behandeling van het hoger beroep. Het hof zal niet overgaan tot wijziging van de feitcode. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de gedraging inmiddels meer dan drie jaar geleden is verricht en de gemachtigde eerder in de procedure bij de kantonrechter al heeft gewezen op de onjuiste feitcode en heeft voorgesteld die te wijzigen. Het hof zal daarom als volgt beslissen.
6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting daarop en het bijwonen van de zitting bij de kantonrechter dienen in totaal 4,5 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.912,50 (= 1,5 x € 597 x 0,5) + (3,5 x € 837 x 0,5).
7. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.912,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.