Strafprocesrecht
Het hof spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde. Het hof stelt vast dat op basis…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 oktober 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:8278 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2023-8278
Zaakgegevens
Op 3 oktober 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 3 oktober 2023
- Datum publicatie
- 2 oktober 2023
- Zaaknummer
- 21-000337-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:8278
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het hof spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde.
Het hof stelt vast dat op basis van de camerabeelden en de getuigenverklaringen niet is vast te stellen dat verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het tenlastegelegde geweld, zodat verdachte wordt vrijgesproken van de primair tenlastegelegde openlijke geweldpleging.
Nu ook niet vastgesteld kan worden dat verdachte, voor zover de handelingen door de medeverdachte zijn verricht, daaraan een bijdrage van zodanig gewicht heeft geleverd dat gesproken kan worden van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en die medeverdachte, kan ook de subsidiair tenlastegelegde mishandeling niet bewezen worden verklaard.
De benadeelde partij kan wegens de vrijspraak niet worden ontvangen in de vordering.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000337-22
Uitspraak d.d.: 3 oktober 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van
28 januari 2022 met parketnummer 05-198816-21 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [woonadres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 september 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. Y. ten Tuijnte, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 25 juli 2021 te [pleegplaats]
openlijk, te weten, op/aan [adres] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed
te weten [benadeelde] door:
- voornoemde [benadeelde] te duwen en/of
- voornoemde [benadeelde] een of meerdere malen te schoppen en/of te trappen tegen het been, althans tegen het lichaam en/of
- voornoemde [benadeelde] een of meerdere malen in/op/tegen het gezicht/hoofd en/of de nek, althans op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen;
subsidiair
hij op of omstreeks 25 juli 2021 te [pleegplaats]
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
[benadeelde] heeft mishandeld door:
- voornoemde [benadeelde] te duwen en/of
- voornoemde [benadeelde] een of meerdere malen te schoppen en/of te trappen tegen het been, althans tegen het lichaam en/of
- voornoemde [benadeelde] een of meerdere malen in/op/tegen het gezicht/hoofd en/of de nek, althans op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
In het bijzonder overweegt het hof daartoe dat op basis van de camerabeelden en de getuigenverklaringen niet is vast te stellen dat verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het tenlastegelegde geweld. Uit de camerabeelden blijkt dat aangever zich niet door de eigen groep in bedwang liet houden en eerst achter de medeverdachte en vervolgens achter verdachte is aangerend. Dat komt niet overeen met de verklaring van aangever dat hij in een discussie is gestapt en toen uit het niets is geslagen. Over het geweld dat tegen aangever is gebruikt lopen de verklaringen, ook van de vrienden van aangever, uiteen. De medeverdachte heeft weliswaar verklaard dat hij aangever op enig moment heeft geslagen maar dat verdachte daar bij betrokken is geweest, is verder niet gebleken. Het primair ten laste gelegde feit kan daarom niet worden bewezen.
Nu dus niet vastgesteld kan worden dat verdachte, voor zover de handelingen door de medeverdachte zijn verricht, daaraan een bijdrage van zodanig gewicht heeft geleverd dat gesproken kan worden van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en die medeverdachte, kan ook het subsidiair tenlastegelegde niet bewezen worden verklaard.
De enkele duw die verdachte stelt te hebben gegeven is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 192,88. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Aldus gewezen door
mr. D. Visser, voorzitter,
mr. R.W. van Zuijlen en mr. I.P.H.M. Severeijns, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.J. Rosmalen-Jansen, griffier,
en op 3 oktober 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 3 oktober 2023.
Tegenwoordig:
mr. M.L.H.E. Roessingh-Bakels, voorzitter,
mr. J. Zeilstra, advocaat-generaal,
mr. H.J. Rosmalen-Jansen, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.