Strafprocesrecht

De politierechter heeft in haar beslissing, waartegen het hoger beroep is gericht, tenuitvoerlegging van een…

Zaakgegevens

Op 4 april 2024 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
4 april 2024
Datum publicatie
22 april 2024
Zaaknummer
21-003267-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:2758
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

De politierechter heeft in haar beslissing, waartegen het hoger beroep is gericht, tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf gelast. Het hof verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep, nu ingevolge de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (USB) geen hoger beroep openstaat tegen een dergelijke beslissing ingevolge artikel 6:6:7 Wetboek van Strafvordering.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003267-23

Uitspraak d.d.: 4 april 2024

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 26 juni 2023 met parketnummer 18-311461-20 betreffende de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-411461-20, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,

wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen de hiervoor genoemde beslissing hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 april 2024.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het hoger beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en door zijn raadsman per e-mail van 4 april 2024, voorafgaand aan de zitting, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hof stelt vast dat verdachte op 10 juli 2023 hoger beroep heeft laten instellen tegen de beslissing van 26 juni 2023 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. De politierechter heeft daarbij de tenuitvoerlegging van de straf gelast, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 28 februari 2022, gewezen onder parketnummer 18-311461-20. Ingevolge de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (USB) staat tegen een dergelijke beslissing ingevolge artikel 6:6:7 Wetboek van Strafvordering geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Aldus gewezen door

mr. F. van der Maden, voorzitter,

mr. G.A. Versteeg en mr. K.K. Lindenberg, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.M. Nicolai, griffier,

en op 4 april 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.