Strafprocesrecht
Mobiel elektronisch apparaat vasthouden. Op basis van de camerabeelden kan worden vastgesteld dat de hand van…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 september 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:5650 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 4 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2024-5650
Zaakgegevens
Op 4 september 2024 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 4 september 2024
- Datum publicatie
- 4 september 2024
- Zaaknummer
- Wahv 200.339.844/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2024:5650
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mobiel elektronisch apparaat vasthouden. Op basis van de camerabeelden kan worden vastgesteld dat de hand van de bestuurder niet slechts in de buurt is van de mobiele telefoon, zoals gesteld door de gemachtigde, maar dat de mobiele telefoon ook wordt aangeraakt en in positie wordt gehouden met de duim en wijsvinger.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.339.844/01 |
|
CJIB-nummer |
: 240084049 |
|
Uitspraak d.d. |
: 4 september 2024 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 25 maart 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats]
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 187,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 437,50.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 maart 2021 om 16:11 uur op de N302 in Zeewolde met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De kantonrechter heeft het sanctiebedrag gematigd tot een bedrag van € 187,50 in verband met de overschrijding van de redelijke termijn van berechting.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. Op de foto’s is niet te zien dat de bestuurder een mobiel elektronisch apparaat vasthoudt, maar slechts dat de mobiele telefoon en de hand op de schoot rusten van de bestuurder. Van omklemmen is geen sprake. Dat de hand van de bestuurder in de buurt is van de telefoon betekent niet dat sprake is van vasthouden.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast de verklaring van de ambtenaar dat met een camerasysteem op basis van drie beelden zag dat de bestuurder van het voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield. Deze beelden bevinden zich in het dossier. Hierop is het voertuig van de betrokkene te zien. De gegevens in de databalk bij de foto’s komen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht. Op de foto’s is te zien dat de mobiele telefoon op het lichaam van de betrokkene rust ter hoogte van het horizontale gedeelte van de gordel. Met de duim van de rechterhand wordt de mobiele telefoon in het midden aangeraakt en met de wijsvinger de onderkant.
5. Naar het oordeel van het hof kan op basis van deze beelden worden vastgesteld dat de bestuurder de mobiele telefoon vasthield. Anders dan de gemachtigde stelt, is de hand van de bestuurder niet slechts in de buurt van de mobiele telefoon, maar wordt de mobiele telefoon ook aangeraakt en in positie gehouden met de duim en wijsvinger.
6. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.