Strafprocesrecht
Niet de rijbaan gebruiken. Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden. Aan…
ECLI:NL:GHARL:2024:83 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 4 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2024-83
Zaakgegevens
Op 4 januari 2024 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 4 januari 2024
- Datum publicatie
- 4 januari 2024
- Zaaknummer
- Wahv 200.328.778
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2024:83
Samenvatting
Niet de rijbaan gebruiken. Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden. Aan de voorwaarde dat de wegindeling eruit ziet als een voetgangersgebied is in dit geval voldaan.
Uitspraak
Inhoudsopgave
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.328.778/01 |
|
CJIB-nummer |
: 246793040 |
|
Uitspraak d.d. |
: 4 januari 2024 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 25 mei 2023, betreffende
[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 30 december 2021 om 18:53 uur op de
Van Lochemstraat in Enschede met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat is gehandeld in strijd met het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden, versie augustus 2018 (hierna: Beleidskader). Het Beleidskader stelt (onder meer) als voorwaarde om digitaal te mogen handhaven: “dat de wegindeling er uitziet als een voetgangersgebied. Hiermee wordt bedoeld dat er geen sprake meer mag zijn van een rijbaan met trottoirs of dat bijvoorbeeld door het soort wegdek niet de indruk gegeven mag worden dat er sprake is van een rijbaan. Er moet ook een voor de bestuurders duidelijk herkenbare scheiding zijn tussen de rijbaan en het begin van het voetgangers gebied.” Aan deze voorwaarde is niet voldaan, hetgeen ook blijkt uit een eerder ingebrachte, via Google Maps Streetview verkregen schermopname van de betreffende locatie.
3. [afbeelding niet beschikbaar]Naar aanleiding van hetgeen door de gemachtigde naar voren is gebracht, heeft het hof de navolgende afbeelding via de openbare bron Google Maps Streetview met betrekking tot de situatie ter plaatse verkregen.
© Google 2023, situatie november 2021
4.
Het hof stelt op grond van deze afbeelding vast dat bij binnenkomst van het duidelijk afgescheiden voetgangersgebied een bord G7, bijlage I van het RVV 1990, is geplaatst en dat er achter dit bord geen belijning en trottoirs aanwezig zijn. Naar het oordeel van het hof ziet de wegindeling ter plaatse er uit als een voetgangersgebied en wordt niet de indruk gewekt dat sprake is van een rijbaan. De aangevoerde grond faalt.
5. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.